Curaçao geeft volgend jaar 142 miljoen meer uit en dat baart toezichthouders zorgen

WILLEMSTAD – De uitgaven van de Curaçaose overheid op de gewone dienst stijgen volgend jaar met ruim 142 miljoen gulden. De begroting voor 2027 loopt daarmee op van ruim twee miljard gulden in 2026 naar bijna 2,2 miljard in 2027, een stijging van bijna zeven procent. Vooral goederen en diensten, sociale zekerheid, personeel en de opbouw van financiële buffers zorgen voor hogere lasten.
Het College financieel toezicht en de Raad van Advies waarschuwen voor het structurele karakter van een deel van die uitgaven.
De stijging zit niet op één plek. Uitgesplitst naar economische categorie ziet de vergelijking tussen 2026 en 2027 er als volgt uit:
|
Uitgaven gewone dienst |
2026 (mln.) |
2027 (mln.) |
Verschil (mln.) |
|---|---|---|---|
|
Personeel |
540,7 |
563,6 |
+23,0 |
|
Goederen en diensten |
309,7 |
345,8 |
+36,1 |
|
Afschrijvingen |
85,0 |
85,9 |
+0,9 |
|
Rente |
103,6 |
103,6 |
+0,0 |
|
Subsidies |
157,0 |
170,8 |
+13,8 |
|
Overdrachten |
302,2 |
299,6 |
-2,5 |
|
Sociale zekerheid |
541,3 |
566,9 |
+25,6 |
|
Andere uitgaven en reserveringen |
12,8 |
58,4 |
+45,7 |
|
Totaal |
2.052,1 |
2.194,5 |
+142,4 |
Door afrondingen in de tabel kunnen de afzonderlijke bedragen enkele tienden afwijken. Met de niet-afgeronde begrotingscijfers komt de stijging exact uit op 142.443.900 gulden.
Ruim 45 miljoen extra voor onvoorzien en reserves
De grootste stijging zit op papier bij de categorie andere uitgaven en reserveringen. Die groeit van bijna dertien miljoen naar ruim 58 miljoen gulden, een verschil van bijna 46 miljoen.
Dat bedrag bestaat in 2027 uit meer dan 26 miljoen gulden voor onvoorziene uitgaven en 32 miljoen voor toevoeging aan reserves en voorzieningen. De regering wil daarmee financiële ruimte creëren voor tegenvallers en toekomstige crises. De begroting bevat in 2027 nog geen bijdrage aan het Schommelfonds; die grote uitgaven komen pas in 2029 en 2030.
De stijging van bijna 46 miljoen is dus niet volledig extra consumptieve overheidsuitgave. Een belangrijk deel bestaat uit geld dat als buffer wordt gereserveerd.
Goederen en diensten 36 miljoen duurder
De tweede grote stijger is het verbruik van goederen en diensten. Daarvoor wordt in 2027 bijna 346 miljoen gulden uitgetrokken, tegen bijna 310 miljoen dit jaar. Dat is ruim 36 miljoen meer, een stijging van bijna twaalf procent.
De regering zegt dat een deel van de extra materiële uitgaven nodig is voor structureel kleinschalig onderhoud aan wegen, rioleringen en waterafvoer. Ook worden middelen ingezet voor economische diversificatie, de energietransitie en de National Export Strategy.
Daarnaast vraagt de uitvoering van aanbevelingen van de Caribbean Financial Action Task Force om extra capaciteit, IT en gegevensanalyse bij onder meer de Belastingdienst, Douane, politie, Landsrecherche en FIU.
Personeel kost 23 miljoen meer
De personeelskosten nemen met bijna 23 miljoen gulden toe, van bijna 541 miljoen naar 564 miljoen.
In de begroting is rekening gehouden met het invullen van vacatures uit eerdere instroomplannen: 244 nieuwe instromers uit de planning voor 2024 en vijfhonderd uit die voor 2025 en 2026. Ook worden jaarlijkse indexering en periodieke loontreden betaald. Personeel dat het maximum van de salarisschaal heeft bereikt, kan bij goed functioneren om het jaar een lumpsum van drie procent ontvangen.
De regering voert daarnaast aan dat tussen 2024 en 2030 ruim duizend medewerkers de overheid verlaten. In het kader van het Landspakket moeten bovendien ruim tweehonderd mensen worden aangetrokken voor versterking van de justitiële keten.
Sociale zekerheid 26 miljoen hoger
Ook de uitgaven voor sociale zekerheid stijgen stevig: van ruim 541 miljoen naar bijna 567 miljoen gulden, bijna 26 miljoen meer. Daarin werken onder andere hogere sociale uitkeringen en aanvullende voorzieningen door.
De regering wijst erop dat extra steun wordt gegeven aan AOV-gerechtigden met een inkomen beneden het bestaansminimum en dat meer geld nodig is om de zorgvoorzieningen te financieren.
De veel grotere rekening voor het Schommelfonds komt pas later. Voor 2029 is inmiddels ruim 64 miljoen en voor 2030 ruim 151 miljoen gulden gereserveerd om tekorten in dat fonds aan te vullen.
Waarom sprak het Cft over 154 miljoen?
Het Cft kwam in zijn advies van 30 juli nog uit op een stijging van 154 miljoen gulden, oftewel acht procent. Dat cijfer is niet hetzelfde als de ruim 142 miljoen in de begroting die uiteindelijk naar de Staten is gestuurd.
Dat komt doordat het Cft een eerdere versie van de ontwerpbegroting beoordeelde. Daarin bedroegen de lasten voor 2027 ongeveer 2,2 miljard gulden. In de definitieve begroting is dat teruggebracht tot iets daaronder. De uiteindelijke raming ligt daarmee ongeveer twaalf miljoen lager dan de versie waarop het Cft zijn advies baseerde.
Het Cft waarschuwde desalniettemin voor wat het noemt aanzienlijke structurele lastenverhogingen. Tegen de achtergrond van geopolitieke spanningen en economische onzekerheid maken die de begroting volgens het college gevoeliger voor toekomstige tegenvallers. Het Cft wees er bovendien op dat de belasting- en premiedruk op Curaçao al relatief hoog is.
Raad van Advies ziet structureel risico
Ook de Raad van Advies plaatst vraagtekens bij de ontwikkeling van de uitgaven. Volgens de Raad is een substantieel deel van de hogere lasten structureel. Het gaat onder meer om personeelskosten door meer personeel en betere arbeidsvoorwaarden, sociale uitgaven en goederen en diensten. Een deel daarvan ligt bovendien contractueel vast.
Daar staat tegenover dat de inkomsten volgens de Raad veel gevoeliger zijn voor economische mee- en tegenvallers en ontwikkelingen buiten Curaçao. De Raad vindt dat voorstellen om de snel oplopende lasten structureel te beteugelen ontbreken of niet snel genoeg worden uitgevoerd.
Dat risico wordt op langere termijn zichtbaar in de begroting. De gewone dienst houdt in 2027 nog 85 miljoen gulden over en in 2028 bijna 124 miljoen. Daarna daalt het overschot naar ruim 73 miljoen in 2029 en nog maar twintig miljoen gulden in 2030.
De regering zegt daarom nieuwe personeelsinstroom te beperken tot kritieke functies, hervormingen in zorg en sociale zekerheid door te voeren en scherpere budgetplafonds te hanteren voor goederen en diensten. Ook moeten gezamenlijke inkoop en digitalisering de kosten op termijn drukken.
Kader bij de berekening
De 142,4 miljoen gaat uitsluitend over de gewone dienst. Wanneer ook de kapitaaldienst wordt meegerekend, stijgen de totale begrote uitgaven van iets meer dan 2,3 miljard in 2026 naar 2,5 miljard in 2027: een toename van ongeveer 161 miljoen gulden.




































