Vijf Caribische films, vijf manieren om een eigen verhaal te vertellen

· - leestijd 4 minuten
Afbeelding

UTRECHT - Tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht gingen vijf korte films in première die zijn gemaakt binnen Studio Caribe: ALA, E Peso di Mundo, ADRIFT WAK LEU, Pèrdí en Mane Hombu. Vijf films van makers uit Curaçao en Aruba, vijf totaal verschillende filmische talen en, misschien nog belangrijker, vijf pogingen om verhalen te vertellen vanuit een Caribisch perspectief.


Studio Caribe is een initiatief dat talent uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en Suriname ondersteunt bij het ontwikkelen en realiseren van films. Dat zo’n programma nodig en waardevol is, werd tijdens deze avond eigenlijk vanzelf duidelijk: er liggen nog zoveel verhalen die niet of nauwelijks op film zijn verteld.

Van de vijf films maakte ALA, van regisseur en scenarist Stephanie van Heijningen en producent Michel Drenthe, op mij de meeste indruk. Voor het production design werkte Van Heijningen samen met kunstenaar Lara Bonomo. Juist bij een animatiefilm als deze is die beeldtaal essentieel.

ALA speelt zich af tijdens de slavernij, maar die omschrijving doet de film eigenlijk tekort. Van Heijningen put uit de Zikinzá Collectie van Ellis Juliana en Frater Brenneker en verwerkt die tot een beeldende, soms bijna mythische wereld.

Het motief van vleugels speelt daarin een belangrijke rol. Het verwijst onder andere naar de overlevering over de vliegende Afrikanen: tot slaaf gemaakte mensen die konden wegvliegen, terug naar Afrika. Maar in ALA zitten veel meer symbolische lagen. Dieren, de tambú, patronen en de overgang tussen verschillende werelden lijken allemaal betekenis te dragen. Juist daardoor wil ik ALA nog een keer zien. Niet omdat ik hem niet begreep, maar omdat ik vermoed dat ik de eerste keer nog lang niet alles heb gezien.

Visueel is de film prachtig. De animatie, de muziek en vooral de manier waarop emoties in de personages zichtbaar worden, zijn van een opvallend hoog niveau. Wat ALA voor mij bijzonder maakt, is dat hier niet simpelweg een film ‘over slavernij’ is gemaakt. Er is kennis, research en cultureel erfgoed in verwerkt. Daardoor krijgt de film naast artistieke ook culturele waarde. Film kan op deze manier verhalen die lang voornamelijk mondeling of in archieven hebben voortgeleefd opnieuw toegankelijk maken.

Niet iedere film wist mij op dezelfde manier te bereiken.

De Arubaanse E Peso di Mundo, geschreven en geregisseerd door Juan Francisco Pardo en geproduceerd door Rebecca Roos, draait om psycholoog Carlos, een man die een zware last uit zijn jeugd met zich meedraagt. Het onderwerp biedt veel mogelijkheden, maar juist bij die binnenwereld miste ik iets. We volgen hem langdurig tijdens alledaagse handelingen en voelen dat er iets in hem woedt, maar ik kwam onvoldoende dichtbij om werkelijk met hem mee te gaan.

Ik had het gevoel dat ik hem observeerde, maar hem niet leerde begrijpen. Bij een verhaal dat zo sterk draait om een innerlijke strijd had ik graag meer toegang gekregen tot zijn psyche.

ADRIFT WAK LEU, van de Arubaanse regisseur Velvet Zoé Ramos en producent Rebecca Roos, kiest een heel andere weg. Ramos schreef het scenario samen met Dimanche-Jolie Irwin. De film is surrealistisch en bewust niet-lineair: land, geluid, herinnering en droom lopen in elkaar over.

Er zitten intrigerende beelden in, maar voor mij bleven het te vaak losse beelden. Experimentele kunst hoeft mij absoluut niet alles uit te leggen. Integendeel. Maar ook abstractie moet uiteindelijk iets bij mij teweeg brengen: een emotie, een associatie of misschien een verhaal dat ik zelf kan invullen. Dat gebeurde hier onvoldoende. Ik bleef vooral bezig met de vraag waar ik naar keek.

Die verbinding voelde ik des te sterker bij Pèrdí, van regisseur Ryan QD Navarro en producent Sulin S.F. Passial. Navarro schreef het scenario samen met Tyson Hill. De film behandelt mensenhandel en uitbuiting en laat zien hoe iemand die vol vertrouwen aan een nieuw bestaan begint langzaam haar autonomie kan verliezen.

Veel meer wil ik over het verhaal niet vertellen, want juist de ontwikkeling maakt Pèrdí spannend. De manipulatie wordt stap voor stap opgebouwd en als kijker voel je de val langzaam dichtgaan.

Het acteerwerk overtuigde mij en de film durft een maatschappelijke werkelijkheid aan te raken waarover niet gemakkelijk wordt gesproken. Ook de manier waarop macht, afhankelijkheid en overleven in elkaar grijpen, vond ik sterk. Pèrdí is goed opgebouwd, goed geschreven en goed gefilmd.

Ook Mane Hombu, van regisseur Ango Lourens, producent Sulin S.F. Passial en scenarist German Gruber jr., bleef bij mij hangen. Hier staat mannelijkheid centraal, en vooral de vraag wat er gebeurt wanneer een man nooit heeft geleerd hoe hij verdriet en kwetsbaarheid mag tonen.

‘Een man huilt niet.’ Die gedachte is op Curaçao bepaald niet onbekend. De film verbindt machismo met verlies, relaties en onverwerkte emoties, zonder dat de Curaçaose omgeving slechts als decor wordt gebruikt.

Dat vond ik sterk. Wie Curaçao kent, herkent elementen uit onze samenleving, maar het onderliggende verhaal is universeel: wat doe je met verdriet als je altijd hebt geleerd het weg te stoppen? Vooral de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon en het acteerwerk maakten dat het verhaal mij wist te raken.

Eén gedachte

Na vijf films bleef één gedachte hangen. Veel van deze verhalen blijven heel dicht bij huis. Letterlijk en figuurlijk. Slavernij en cultureel geheugen, mensenhandel, mannelijkheid, verlies en identiteit. Je zou kunnen vragen wanneer de Caribische film verder van huis gaat kijken.

Maar misschien moet dat helemaal niet de eerste vraag zijn.

Want zoveel van onze eigen verhalen zijn nog niet verteld.

Dat is voor mij uiteindelijk ook de waarde van Studio Caribe. Niet alle vijf films waren voor mij even geslaagd. De ene wist mij veel sterker te raken dan de andere en sommige artistieke keuzes werkten voor mij beter dan andere. Maar ruimte krijgen om films te maken betekent ook ruimte krijgen om te experimenteren, een eigen filmtaal te ontwikkelen en te ontdekken wat wel en niet werkt.

En wanneer alles samenkomt, zoals voor mij in het bijzonder bij ALA, zie je wat er mogelijk is: een film die niet alleen een verhaal vertelt, maar ook cultureel geheugen ontsluit en het in een nieuwe kunstvorm doorgeeft.

Misschien is dat wel het mooiste wat ik die avond in Utrecht heb gezien: niet vijf voltooide antwoorden, maar een Caribische filmwereld die steeds meer ruimte krijgt om haar eigen verhalen te vertellen.


67 keer gelezen

Deel dit artikel: