Staten buigen zich over nieuwe luchtvaartwet met strengere controles en meer ruimte voor investeerders

WILLEMSTAD – Curaçao wil de overheid meer bevoegdheden geven om luchtvaartmaatschappijen te controleren en overtredingen aan te pakken. Tegelijkertijd moet het voor buitenlandse investeerders gemakkelijker worden om zich in de Curaçaose luchtvaartsector te vestigen. De Staten bespreken vandaag over een nieuwe Luchtvaartlandsverordening, die ook gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van luchthaven Hato en de omliggende gebieden.
Het wetsvoorstel moet een groot deel van de bestaande luchtvaartwetgeving vervangen. De huidige regels sluiten volgens de toelichting bij het oorspronkelijke ontwerp onvoldoende aan op internationale voorschriften en de ontwikkelingen in de burgerluchtvaart. De regering wil de wetgeving moderniseren en het toezicht op de sector versterken.
De Raad van Ministers stemde op 15 juli dit jaar in met de aanbieding van een aangepast wetsvoorstel aan de Staten. Het voorstel heeft een lange voorgeschiedenis. De Raad van Advies bracht al in december 2019 een uitgebreid advies uit over een eerdere versie.
Strenger toezicht
Een belangrijke verandering is de uitbreiding van de mogelijkheden om op te treden tegen luchtvaartmaatschappijen die zich niet aan de regels houden.
Het voorgestelde wettelijke kader voorziet onder meer in bestuurlijke boetes, lasten onder dwangsom en bestuursdwang. Daarmee kan de overheid niet alleen een overtreding vaststellen, maar ook maatregelen treffen om naleving af te dwingen.
De Curaçaose Burgerluchtvaart Autoriteit (CBA) krijgt daarnaast een uitgebreidere wettelijke basis voor toezicht op vergunningen, certificaten, veiligheidsprocedures en de naleving van internationale luchtvaartvoorschriften.
Voor luchtvaartmaatschappijen die beschikken over een Air Operator Certificate (AOC) betekent dit dat hun bedrijfsvoering en veiligheidsorganisatie periodiek kunnen worden gecontroleerd.
Ook wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten tekortkomingen. Ernstige afwijkingen die onmiddellijk gevolgen kunnen hebben voor de luchtwaardigheid of vliegveiligheid moeten zwaarder worden beoordeeld dan minder ingrijpende tekortkomingen.
Buitenlandse investeringen
De modernisering moet Curaçao tegelijkertijd aantrekkelijker maken voor buitenlandse investeerders.
Daarvoor worden de bestaande nationaliteitseisen voor de exploitatie van luchtvaartmaatschappijen aangepast. De nadruk komt meer te liggen op de daadwerkelijke vestiging en bedrijfsactiviteiten op Curaçao en minder uitsluitend op de nationaliteit van aandeelhouders of bestuurders.
De regering probeert daarmee buitenlandse investeringen mogelijk te maken zonder het toezicht op Curaçaose luchtvaartmaatschappijen uit handen te geven.
Die combinatie is van belang omdat de overheid verantwoordelijk blijft voor het toezicht op luchtvaartmaatschappijen die onder Curaçaose vergunningen opereren.
Nieuwe regels rond Hato
Ook voor luchthaven Hato en de omliggende gebieden voorziet het wetsvoorstel in veranderingen.
Het gaat onder meer om geluidsbelasting, toegestane bouwhoogten, beperkingen voor grondgebruik en veiligheidsrisico’s buiten het luchthavengebied.
De regels moeten voorkomen dat ontwikkelingen rond Hato conflicteren met de veiligheid van het vliegverkeer. Tegelijkertijd kunnen beperkingen gevolgen hebben voor grondeigenaren, bouwprojecten en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.
Juist op dit onderdeel stelde de Raad van Advies eerder fundamentele juridische vragen. In zijn advies van 4 december 2019 wees de Raad op de verhouding tussen luchthavenbesluiten en het Eilandelijk Ontwikkelingsplan (EOP).
Volgens de Raad kon een luchthavenbesluit, als lagere regeling, niet zonder meer voorrang krijgen boven het EOP. De regering moest het wetsvoorstel en de bijbehorende toelichting daarom aanpassen.
Kritiek op juridische uitwerking
De Raad van Advies had ook bezwaren tegen de verdeling van bevoegdheden tussen verschillende ministers.
Volgens de Raad was in het oorspronkelijke ontwerp niet altijd duidelijk welke minister verantwoordelijk zou worden voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat kon tot juridische onzekerheid leiden voor zowel luchtvaartmaatschappijen als toezichthouders.
Daarnaast vond de Raad verschillende bepalingen over toezicht en sancties onvoldoende uitgewerkt. Sommige verplichtingen waren zo algemeen geformuleerd dat volgens de Raad niet duidelijk was wanneer sprake zou zijn van een overtreding.
Ook stelde de Raad vragen over de financiering van het luchtvaarttoezicht. De regering moest volgens het advies duidelijker maken hoe eventuele financiële tekorten of overschotten bij de burgerluchtvaartautoriteit zouden worden opgevangen.
Het advies dateert uit 2019. De regering heeft het wetsvoorstel sindsdien aangepast. Uit het oorspronkelijke advies alleen kan daarom niet worden afgeleid of deze kritiekpunten ook nog gelden voor de versie die nu bij de Staten ligt.
Internationale verplichtingen
Een belangrijke reden voor de nieuwe wetgeving is het naleven van internationale luchtvaartnormen.
Curaçao moet rekening houden met de voorschriften van de International Civil Aviation Organization (ICAO), de burgerluchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties. Deze normen hebben onder meer betrekking op luchtwaardigheid, personeel, luchthavenveiligheid, luchtverkeersregels en toezicht.
De Raad van Advies wees er in 2019 op dat Curaçao achterliep bij het verwerken van wijzigingen in internationale luchtvaartregels. De nieuwe wet moet het mogelijk maken technische voorschriften sneller aan te passen, zonder dat voor iedere wijziging een volledige parlementaire wetsprocedure nodig is.
Daarbij moet wel duidelijk blijven welke onderwerpen door de Staten worden geregeld en welke bevoegdheden aan de regering of ministers worden overgedragen.



































