
WILLEMSTAD – Wie regelmatig over Curaçao rijdt, heeft hem waarschijnlijk duizenden keren gezien zonder erbij stil te staan. Langs wegen, op braakliggende terreinen, rond bouwplaatsen en op stukken grond die ooit zijn schoon gekapt, staat een boom met fijne groene blaadjes en lange, platte bruine peulen. Vaak staat hij niet alleen. Waar één exemplaar groeit, staan er al snel tientallen.
In het tweede deel van zijn serie over invasieve soorten legt Paul Stokkermans uit hoe deze ooit ingevoerde boom zich over het eiland verspreidt, waarom juist menselijke verstoring hem helpt en welke gevolgen dat heeft voor de oorspronkelijke natuur.
door | Paul Stokkermans
Dit is Tumba Rabu, met de wetenschappelijke naam Leucaena leucocephala. De soort komt oorspronkelijk uit Mexico en het noordelijk deel van Midden-Amerika. Op Curaçao hoort hij dus van nature niet thuis. Inmiddels is Tumba Rabu zo gewoon geworden dat het moeilijk voor te stellen is dat er een tijd was waarin deze boom hier niet groeide. En hij lijkt nog altijd terrein te winnen.
Een wereldreiziger
Tumba Rabu is bepaald geen typisch Curaçaos probleem. Leucaena leucocephala is door mensen over een groot deel van de tropische wereld verspreid. Dat gebeurde met een reden. Het is namelijk een bijzonder nuttige boom.
Hij groeit snel, kan goed tegen droogte en arme grond en de bladeren bevatten veel eiwit. Daarom werd Leucaena in veel landen aangeplant als veevoer. Het hout kon worden gebruikt als brandhout en de boom werd ook geplant om erosie tegen te gaan en de bodem te verbeteren. Dat laatste kan doordat Leucaena tot de vlinderbloemenfamilie behoort.
Net als veel andere planten uit deze familie leeft hij samen met bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen vastleggen. Daardoor kan hij groeien op grond waar andere planten het moeilijker hebben. Een ideale boom dus. Totdat hij begint te groeien op plaatsen waar je hem niet wilt hebben.
Zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied ligt in Mexico en het noordelijk deel van Midden-Amerika. Leucaena is echter tegenwoordig in veel landen invasief geworden. Leucaena leucocephala wordt door Invasive Species Specialist Group van de IUCN Species Survival Commission beschouwd als een van de 100 meest invasieve soorten. Hieronder is een kaart te zien van de verspreiding van Leucaena leucocephala met in groen het oorspronkelijk verspreidingsgebied en in paars de landen waar hij is geïntroduceerd.
Al lang op Curaçao
Wanneer Tumba Rabu precies naar Curaçao is gebracht en door wie, is niet duidelijk. We weten wel dat de plant hier al meer dan een eeuw geleden werd gekweekt.
De Nederlandse botanicus Isaac Boldingh vermeldde Leucaena leucocephala in 1913 als gekweekte plant op de Nederlands-Caribische eilanden. Daarna is hij uit tuinen, erven of aanplantingen ontsnapt en deel gaan uitmaken van de wilde vegetatie. Hij komt zelfs in het Christoffelpark voor.
Een van de belangrijkste eigenschappen van Tumba Rabu is dat hij uitstekend gebruikmaakt van verstoring. Denk aan een terrein dat wordt schoongemaakt voor woningbouw. Een stuk grond dat met een bulldozer wordt kaalgeschoven. Een berm die regelmatig wordt gemaaid. Een verlaten bouwterrein. Of grond waar de oorspronkelijke begroeiing om een andere reden is verdwenen. Daar krijgt Tumba Rabu zijn kans.
Tumba Rabu heeft nog een groot voordeel. Hij maakt enorm veel zaden. De bloemen van Tumba Rabu staan dicht bij elkaar in ronde, witte tot crèmewitte hoofdjes. Zo’n bloemhoofdje heeft meestal een diameter van ongeveer 1,5–3 cm en staat op een lange bloemsteel. De lange dunne meeldraden die uit het bloemhoofdje steken geven het bloemhoofdje een pluizig uiterlijk. Na de bloei verschijnen de bekende platte peulen. In iedere peul zitten meerdere harde zaden.
Een volwassen boom kan honderden peulen en duizenden zaden per jaar produceren. Onder gunstige omstandigheden kan de plant bovendien al binnen een jaar na het kiemen zelf bloemen en zaden produceren.
De zaden kunnen lange tijd in de bodem blijven liggen. Daardoor ontstaat een soort voorraadkamer onder de grond. Hak je de volwassen bomen weg, dan betekent dat dus niet automatisch dat Tumba Rabu verdwenen is. Zodra de omstandigheden goed zijn, kunnen nieuwe zaailingen tevoorschijn komen. Daar komt nog iets bij.
Als je een Tumba Rabu afzaagt, kan hij opnieuw uitlopen. Alleen de stam verwijderen is daarom vaak onvoldoende. Dat alles maakt de soort een bijzonder succesvolle indringer: snelle groei, veel zaden, een langdurige zaadvoorraad in de bodem én het vermogen om na beschadiging opnieuw uit te lopen.
Waarom heet hij Tumba Rabu?
De Papiamentse naam is minstens zo interessant als de plant zelf. Rabu betekent staart. Tumba kan omverwerpen betekenen, maar kan ook figuurlijk worden gebruikt voor iets dat iemand of iets lichamelijk achteruit laat gaan. Een mogelijke verklaring voor de naam Tumba Rabu heeft te maken met een bijzondere stof in de plant: mimosine. Leucaena bevat mimosine in onder andere bladeren en zaden. Die stof kan giftig zijn voor dieren wanneer ze grote hoeveelheden van de plant eten.
Vooral bij dieren die Leucaena niet goed kunnen verwerken, kan dat problemen geven. Bij paarden is het effect opvallend. Wetenschappelijk onderzoek naar paarden die veel Leucaena leucocephala aten, beschrijft verminderde eetlust, gewichtsverlies en lusteloosheid. Maar het meest zichtbare verschijnsel was haaruitval. En juist de manen en de staart werden getroffen.
Daarmee wordt de Curaçaose naam Tumba Rabu ineens bijzonder beeldend: een plant die de rabu, de staart, als het ware aantast of ten val brengt. Of de naam historisch daadwerkelijk om deze reden is ontstaan, is moeilijk met zekerheid te bewijzen.
Maar biologisch is de verklaring heel goed mogelijk. Het verband tussen het eten van Leucaena en haarverlies aan manen en staart bij paarden is in ieder geval geen volksverhaal. Het is wetenschappelijk aangetoond.
Herkauwers, zoals geiten en runderen, kunnen onder bepaalde omstandigheden beter met Leucaena omgaan, mede dankzij micro-organismen in hun pens die schadelijke stoffen kunnen afbreken. Dat betekent overigens niet dat onbeperkt eten voor ieder herkauwend dier automatisch veilig is.
Wanneer één soort de ruimte overneemt
Maar Tumba Rabu is niet alleen een probleem voor dieren. Het belangrijkste natuurprobleem is dat de boom zeer dichte begroeiingen kan vormen. Op een verstoord terrein kunnen honderden jonge planten dicht bij elkaar opkomen. Ze groeien snel omhoog en nemen licht en ruimte in beslag die anders beschikbaar zouden zijn voor andere planten. Onderzoek op eilanden waar Leucaena sterk invasief is geworden laat zien dat gebieden met veel Leucaena aanzienlijk minder inheemse boomsoorten kunnen bevatten dan gebieden zonder de indringer.
Er zijn bovendien aanwijzingen dat mimosine en andere stoffen uit Leucaena de groei van andere planten kunnen remmen. Wetenschappers onderzoeken nog hoe belangrijk dat effect onder natuurlijke omstandigheden precies is. Het zou een extra voordeel kunnen zijn waarmee Leucaena zijn concurrenten op afstand houdt. Het resultaat is in ieder geval goed zichtbaar. Op geschikte plekken kan een gemengde begroeiing langzaam veranderen in een vrijwel aaneengesloten veld van Tumba Rabu.
Een probleem dat we zelf helpen groeien
Dat maakt Tumba Rabu anders dan sommige andere invasieve planten. De boom hoeft niet diep de ongerepte mondi in te trekken om succesvol te zijn. Wij maken voortdurend nieuwe leefruimte voor hem. Iedere weg, bouwplaats en ieder kaalgeschoven terrein kan een nieuw begin zijn.
Daarmee vertelt deze onopvallende boom een groter verhaal over invasieve soorten. Een invasieve soort hoeft niet spectaculair te zijn. Hij hoeft geen enorme doornen te hebben of bomen te verstikken. Soms is zijn grootste kracht eenvoudigweg dat hij sneller dan de rest gebruikmaakt van de kansen die wij hem geven.
Tumba Rabu staat al meer dan honderd jaar op Curaçao. Toch lijkt zijn opmars nog niet voorbij. Wie erop gaat letten, ziet hem opeens overal: langs wegen, tussen huizen en vooral op plekken waar de oorspronkelijke begroeiing is verdwenen. Misschien is dat wel de belangrijkste eigenschap van Tumba Rabu. Waar wij de mondi verstoren, staat hij klaar om de vrijgekomen ruimte over te nemen.
Over de auteur:
Ir. Paul Stokkermans is gepensioneerd landbouwingenieur en ex-directeur van Carmabi en ex-beleidsmedewerker van de toenmalige Dienst Economische Zaken (DEZ) op Curaçao. Momenteel is hij directeur van Scientegia Solutions





































