WWF waarschuwt voor dramatisch natuurverlies; koraalriffen Caribisch Nederland al in slechte staat

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De natuur in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied gaat sneller achteruit dan waar ook ter wereld. De gemiddelde omvang van gemonitorde populaties wilde dieren is tussen 1970 en 2022 met 95 procent afgenomen. Wereldwijd bedraagt de achteruitgang 73 procent. Dat blijkt uit het nieuwste Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds (WWF).


Hoewel de cijfers niet afzonderlijk gelden voor de zes Nederlands-Caribische eilanden, laat eerder onderzoek zien dat ook daar de natuur zwaar onder druk staat. Vooral de toestand van de koraalriffen op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius is zorgwekkend.

Het WWF publiceerde het rapport afgelopen week. De onderzoekers analyseerden ruim 35.800 populatietrends van bijna 5.800 soorten gewervelde dieren, waaronder vissen, vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën.

De achteruitgang van 95 procent betekent niet dat vrijwel alle wilde dieren in het Caribisch gebied zijn verdwenen. Het percentage geeft de gemiddelde verandering weer in de omvang van de onderzochte dierpopulaties. Sommige populaties zijn sterk afgenomen, terwijl andere stabiel bleven of juist groeiden.

Toch laten de cijfers volgens het WWF zien dat ecosystemen wereldwijd onder grote druk staan. Ontbossing, verlies van leefgebieden, overexploitatie, vervuiling en klimaatverandering behoren tot de belangrijkste oorzaken.

Koraalriffen Bonaire

Voor de drie bijzondere gemeenten Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zijn afzonderlijke onderzoeksgegevens beschikbaar die de kwetsbaarheid van de natuur zichtbaar maken.

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bedroeg de gemiddelde levende koraalbedekking rond Bonaire in 2023 ongeveer vijftien procent. In 2020 was dat nog bijna twintig procent.

De achteruitgang is vooral zichtbaar op locaties die al tientallen jaren worden onderzocht. Bij Karpata, een van de bekendste duiklocaties van Bonaire, was in 1974 nog 67 procent van de onderzochte zeebodem op tien meter diepte met levend koraal bedekt. In 2023 was daarvan 26 procent over.

De verslechtering van de riffen wordt onder meer toegeschreven aan opwarming van het zeewater, koraalziekten, vervuiling en menselijke activiteiten.

De koraalriffen zijn van groot belang voor Bonaire. Ze bieden leefgebieden aan vissen en andere zeedieren, beschermen de kust tegen golfslag en vormen een belangrijke natuurlijke attractie voor de toeristische sector.

Saba en Sint-Eustatius

Op Saba en Sint-Eustatius is de toestand op veel onderzochte locaties nog ernstiger.

Volgens het CBS bedroeg de gemiddelde levende koraalbedekking rond deze eilanden in 2023 nog slechts enkele procenten. Voor Saba wordt een achteruitgang beschreven van ongeveer 24 procent in de jaren negentig naar ongeveer drie procent in 2023.

Op Sint-Eustatius daalde de koraalbedekking van ongeveer 22 procent in 1999 naar ongeveer twee procent in 2023.

De cijfers laten zien hoe sterk de riffen in enkele tientallen jaren zijn veranderd.

In het State of Nature Report for the Caribbean Netherlands, dat in 2025 verscheen, beoordelen onderzoekers de historische ontwikkeling van de koraalriffen rond Bonaire, Saba en Sint-Eustatius als zeer ongunstig.

Volgens de onderzoekers zijn overbevissing, vervuiling, ziekten en klimaatverandering belangrijke oorzaken van de achteruitgang. Daarbij kunnen plaatselijke verschillen groot zijn. Sommige riffen verkeren in een betere toestand dan andere.

Geen afzonderlijke cijfers voor zes eilanden

Het nieuwe WWF-rapport biedt geen afzonderlijk overzicht van het natuurverlies op Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius.

Daarom kan uit de regionale achteruitgang van 95 procent niet worden afgeleid hoeveel dieren of dierpopulaties op elk van deze eilanden zijn verdwenen.

Dat onderscheid is belangrijk. Het Caribisch gebied maakt in het WWF-onderzoek deel uit van een veel grotere regio, die ook Midden- en Zuid-Amerika omvat.

De gegevens over de koraalriffen van Caribisch Nederland zijn afkomstig uit afzonderlijke wetenschappelijke onderzoeken. Zij vormen geen onderdeel van een specifieke berekening van het natuurverlies op alle zes eilanden samen.

Voor Curaçao, Aruba en Sint-Maarten zijn eveneens bedreigingen voor koraalriffen en kustecosystemen bekend, maar de geraadpleegde gegevens bieden geen rechtstreeks vergelijkbare eilandbrede biodiversiteitscijfers.

Herstel is mogelijk

Ondanks de zorgwekkende cijfers ziet het WWF ook aanwijzingen dat natuurbescherming resultaat kan opleveren.

Een belangrijk voorbeeld is de groene zeeschildpad. Deze diersoort heeft op verschillende plaatsen geprofiteerd van langdurige beschermingsmaatregelen, waaronder bescherming van neststranden, verbetering van leefgebieden en het terugdringen van illegale vangst.

Ook bij andere bedreigde diersoorten, zoals blauwvintonijnen, tijgers en olifantenpopulaties in zuidelijk Afrika, zijn positieve ontwikkelingen vastgesteld.

Volgens het WWF tonen deze voorbeelden aan dat natuurverlies niet altijd onomkeerbaar is. Gerichte maatregelen kunnen populaties helpen herstellen, al blijven de resultaten kwetsbaar zolang belangrijke oorzaken van natuurverlies niet worden aangepakt.

Gevolgen voor de eilanden

Voor de Nederlands-Caribische eilanden gaat het behoud van natuur niet alleen om de bescherming van dieren en planten.

Gezonde koraalriffen, mangrovebossen en zeegrasvelden spelen een belangrijke rol bij de bescherming van kustgebieden. Ze bieden voedsel en leefgebieden aan zeedieren en ondersteunen activiteiten als visserij, duiken en toerisme.

Wanneer deze ecosystemen achteruitgaan, kunnen ook de economische en maatschappelijke gevolgen groot zijn.

Het WWF benadrukt daarom dat bescherming van afzonderlijke diersoorten niet voldoende is. Ook de oorzaken van natuurverlies moeten worden aangepakt, waaronder klimaatverandering, vervuiling en de aantasting van natuurlijke leefgebieden.

Het nieuwe rapport laat zien dat wereldwijd nog altijd grote aantallen dierpopulaties achteruitgaan. Tegelijkertijd bewijzen succesvolle beschermingsprogramma’s dat herstel mogelijk is.

Voor de zes Nederlands-Caribische eilanden blijft de belangrijkste vraag hoe ernstig de achteruitgang van de afzonderlijke ecosystemen is en welke maatregelen nodig zijn om verdere schade te voorkomen.


194 keer gelezen

Deel dit artikel: