Nederland evalueert deze maand subsidies voor slavernijverleden op Caribische eilanden

DEN HAAG – De Nederlandse regering verwacht medio oktober de eerste tussentijdse evaluatie van de subsidieregeling voor maatschappelijke projecten rond het slavernijverleden op de zes Caribische eilanden. De uitkomsten kunnen aanleiding zijn om de regeling aan te passen. Dat schrijft minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maandag aan de Tweede Kamer.
De subsidieregeling is onderdeel van de maatregelen die Nederland heeft genomen na de officiële excuses voor het slavernijverleden in december 2022. Maatschappelijke organisaties op Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba kunnen financiële steun aanvragen voor projecten die bijdragen aan bewustwording, erkenning en dialoog over het slavernijverleden en de gevolgen daarvan.
De regeling werd op 1 juli 2025 gepubliceerd en op 11 augustus opengesteld. De eerste aanvraagrondes voor middelgrote en grote projecten zijn inmiddels gesloten. Andere aanvraagrondes lopen door tot en met 2028.
Grote belangstelling
Volgens Heerma is er grote belangstelling voor de subsidies. De minister ziet daarin een bevestiging dat gemeenschappen en maatschappelijke organisaties actief betrokken willen zijn bij het zichtbaar maken van het slavernijverleden.
Sinds 1 april 2026 zijn onafhankelijke adviescommissies ingesteld voor de subsidieregelingen in Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zij adviseren over aanvragen voor middelgrote en grote projecten die inhoudelijk onvoldoende lijken aan te sluiten bij de doelstellingen van de regeling.
De tussentijdse evaluatie moet inzicht geven in het functioneren van de subsidieregeling. De regering wil de conclusies gebruiken om de regeling verder te ontwikkelen en waar nodig aan te passen.
Voor de Caribische eilanden worden de resultaten medio oktober verwacht. De evaluatie voor Europees Nederland volgt naar verwachting in januari 2027.
Geen financieel overzicht
De Kamerbrief vermeldt niet hoeveel subsidie inmiddels aan organisaties op de afzonderlijke eilanden is toegekend, hoeveel aanvragen zijn afgewezen of welke bedragen daadwerkelijk zijn uitgegeven.
Ook wordt niet duidelijk of de tussentijdse evaluatie specifiek onderzoekt hoe de toegekende subsidies zijn besteed en welke resultaten de gefinancierde projecten hebben opgeleverd.
Naast de subsidieregeling lopen op alle zes eilanden afzonderlijke actieagenda’s die door de lokale overheden zijn opgesteld. Hiervoor heeft Nederland eveneens middelen beschikbaar gesteld. Deze projecten lopen door tot het derde kwartaal van 2029.
Minister Heerma heeft toegezegd de Tweede Kamer later te informeren over de uitkomsten van de evaluatie en eventuele aanpassingen van de subsidieregels.



































