Curaçao verhoogt wegenbudget met veertig procent om achterstallig onderhoud aan te pakken

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Curaçao trekt in 2027 aanzienlijk meer geld uit voor wegen, straten en pleinen. Het totale budget stijgt van ruim 52 miljoen gulden dit jaar naar ruim 75 miljoen volgend jaar. Dat is een toename van ruim 22 miljoen gulden, of ruim veertig procent. De regering wil daarmee achterstallig wegenonderhoud aanpakken en onder meer verkeersborden, vangrails en ander wegmeubilair versneld herstellen of vervangen.


Het geld staat verspreid over de gewone begroting en de investeringsbegroting van het ministerie van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning.

Voor wegen, straten en pleinen staat in 2027 bijna 24 miljoen gulden op de gewone dienst. Dit jaar is dat ruim zeventien miljoen. Daarnaast wordt volgend jaar ruim 51 miljoen gulden geïnvesteerd, tegenover ruim 35 miljoen in 2026.

Samen komt het wegenbudget daarmee op ruim 75 miljoen gulden, tegen ruim 52 miljoen dit jaar.

Bijna 68 miljoen voor onderhoud en investeringen

Niet die volledige 75 miljoen wordt volgend jaar daadwerkelijk uitgegeven aan asfalt, verkeersborden en wegwerkzaamheden. In de gewone begroting zit namelijk ook ruim zeven miljoen gulden aan afschrijvingen. Dat is een boekhoudkundige kostenpost voor bestaande infrastructuur.

Wanneer die afschrijving buiten beschouwing wordt gelaten, blijft bijna 68 miljoen gulden over voor onderhoud, goederen en diensten en nieuwe investeringen in wegen, straten en pleinen.

In 2026 was daarvoor ongeveer 45 miljoen gulden beschikbaar. De middelen die direct samenhangen met onderhoud en investeringen stijgen daarmee met ongeveer de helft.

Ruim vijftig miljoen voor wegenprogramma

Het grootste deel van het investeringsgeld gaat naar het Meerjarig Onderhoudsprogramma voor de wegen, het MOP. Daarvoor staat in 2027 bijna 51 miljoen gulden gereserveerd. Voor de jaren daarna wordt telkens ongeveer 52 miljoen gulden voorzien.

Het programma is bedoeld om bestaande wegen te reconstrueren en achterstallig onderhoud weg te werken. Ook wil de regering onverharde zandwegen in woonwijken en buitengebieden stapsgewijs verharden.

Volgens de begroting verkeren veel van die wegen inmiddels in slechte staat. Bij regen zijn ze moeilijk begaanbaar en kunnen erosie en modder ontstaan. In droge periodes levert stof juist problemen op. De overheid noemt daarnaast slipgevaar, schade aan voertuigen en beperkte bereikbaarheid voor bewoners en hulpdiensten als risico’s.

Welke zandwegen in 2027 precies worden aangepakt, staat nog niet vast. De regering schrijft dat de projecten later op basis van prioriteiten worden geselecteerd.

Achterstand verkeersborden en vangrails aanpakken

Verkeersveiligheid vormt nadrukkelijk onderdeel van het wegenprogramma.

De overheid kondigt een inhaalslag in het wegmeubilair aan. Verkeersborden, straatnaamborden, vangrails en andere voorzieningen moeten versneld worden vervangen of hersteld. Ook het reguliere wegenonderhoud wordt opgevoerd.

Daarnaast wil VVRP groen langs wegen structureler snoeien, zodat zichtlijnen en veiligheidszones niet dichtgroeien. Ook verkeerslichten, openbare verlichting en de afwatering langs wegen vallen onder de infrastructuur waarvoor het ministerie verantwoordelijk is.

De regering verwacht dat dit niet alleen de verkeersveiligheid verbetert, maar uiteindelijk ook geld bespaart. Door eerder onderhoud uit te voeren zouden grotere beschadigingen en duurdere reparaties later kunnen worden voorkomen.

Doel: negen op tien projecten uitvoeren

De begroting bevat voor het eerst ook duidelijker meetbare doelen voor het wegenprogramma.

In 2025 werd volgens de eigen begrotingsindicatoren ongeveer zestig procent van de geplande MOP-projecten uitgevoerd. Voor 2026 is het doel ongeveer driekwart en voor 2027 negentig procent.

Datzelfde percentage geldt voor regulier onderhoud aan de wegeninfrastructuur: negen op de tien geplande werkzaamheden moeten volgend jaar volgens planning, contractafspraken en kwaliteitseisen worden uitgevoerd.

Dat is relevant omdat het probleem bij overheidsinvesteringen niet alleen bestaat uit te weinig geld. Zowel de Raad van Advies als de regering hebben in de begrotingsstukken gewezen op de beperkte uitvoeringscapaciteit van de overheid, waardoor investeringsprojecten vertraging kunnen oplopen.

Verkeersveiligheidscampagne zonder afzonderlijk bedrag

Naast veilige wegen wil de regering ook het gedrag van weggebruikers aanpakken. Onder het beleidsterrein Verkeer en Vervoer staat voor 2027 bijna elf miljoen gulden. Daaronder vallen echter niet alleen het wegverkeer, maar ook vervoer over zee en door de lucht.

Binnen dat beleid kondigt VVRP een intensieve informatiecampagne over verkeersveiligheid aan. Ook moet de keuring van motorvoertuigen worden verbeterd en komt er een mobiliteitsvisie waarin de huidige verkeersknelpunten worden onderzocht.

Hoeveel geld specifiek voor de verkeersveiligheidscampagne wordt uitgetrokken, staat niet afzonderlijk in de begroting vermeld. Daardoor is uit de stukken niet vast te stellen welk deel van die bijna elf miljoen daadwerkelijk naar verkeersveiligheid op de weg gaat.

De uitvoeringsorganisatie Verkeer en Vervoer zelf krijgt op de gewone dienst ruim drie miljoen gulden, tegen bijna drie miljoen dit jaar. Op de kapitaaldienst staat daarnaast ongeveer een kwart miljoen gulden voor investeringen.

Wegen krijgen duidelijk prioriteit

Over de hele linie krijgt Openbare Werken volgend jaar aanzienlijk meer financiële ruimte. De gewone uitgaven stijgen van bijna 29 miljoen naar bijna 38 miljoen gulden. De investeringen lopen op van ongeveer 36 miljoen naar ruim 52 miljoen gulden.

Gewone uitgaven en investeringen samen komen daarmee in 2027 uit op ruim negentig miljoen gulden, tegen bijna 65 miljoen dit jaar.


259 keer gelezen

Deel dit artikel: