Integriteit overheid blijft na 27 jaar kwetsbaar

· - leestijd 2 minuten
Openbaar Ministerie Curaçao
Openbaar Ministerie Curaçao Foto: Dick Drayer

WILLEMSTAD – Ruim 27 jaar na het rapport Konfiansa worstelt de Curaçaose overheid nog altijd met de vraag hoe integriteitsbeleid werkelijk moet landen op de werkvloer. De overheid beschikt inmiddels over beleid, gedragscodes en formele procedures, maar ambtenaren ervaren die niet altijd als zichtbaar, veilig of betrouwbaar. Dat blijkt uit een nieuwe overheidsbrede nulmeting van SOAB naar het integriteitsbeleid binnen de ministeries.


De conclusie is pijnlijk, omdat veel knelpunten al in 1999 werden benoemd. Het rapport Konfiansa, opgesteld voor de toenmalige Nederlandse Antillen, waarschuwde destijds al dat integriteit geen kwestie is van regels alleen. Het bestuursapparaat moest integriteitskwesties bespreekbaar maken, gedragscodes invoeren, vertrouwenspersonen aanstellen, nevenfuncties registreren, functies scheiden en ambtenaren trainen.

De nieuwe nulmeting laat zien dat de overheid sindsdien wel stappen heeft gezet. Zo volgden onder meer de invoering van de Ombudsman, aanpassingen in de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht, het rapport van Transparency International uit 2013 en de formele vaststelling van het integriteitsbeleid in 2021. Toch constateert SOAB dat de uitvoering in de dagelijkse praktijk achterblijft.

Geen concrete gedragsverandering

Volgens de onderzoekers kennen veel ambtenaren het bestaan van integriteitsbeleid, maar vertaalt die kennis zich onvoldoende naar concreet gedrag. Formele instrumenten, zoals gedragscodes en procedures voor administratieve organisatie en interne beheersing, zijn voor medewerkers niet altijd zichtbaar, toegankelijk of begrijpelijk. Het beleid blijft daardoor te vaak abstract.

Vooral de meldcultuur blijft kwetsbaar. SOAB spreekt van een cultuur van terughoudendheid, waarin medewerkers zich niet altijd vrij voelen om kritiek te uiten of vermoedens van misstanden te melden. Angst voor represailles en het ontbreken van terugkoppeling na meldingen ondermijnen het vertrouwen in bestaande procedures.

Daarmee raakt de nulmeting aan een van de centrale punten uit Konfiansa. Dat rapport stelde al dat integriteit binnen het bestuursapparaat bespreekbaar moest worden gemaakt en dat vertrouwenspersonen een belangrijke rol moesten krijgen. Bijna drie decennia later constateert SOAB dat een goed functionerend en bekend systeem van vertrouwenspersonen nog steeds onvoldoende is ingebed.

Leiderschap

Ook op het gebied van leiderschap is de overeenkomst opvallend. Konfiansa benadrukte in 1999 dat bestuurders, ambtelijke top en management een voorbeeldfunctie hebben. SOAB stelt nu vast dat leidinggevenden zichzelf vaak wel als voorbeeld zien, maar dat medewerkers hun gedrag geregeld als wisselend en onvoldoende consequent ervaren. De intentie om integer leiderschap te tonen wordt volgens de onderzoekers niet altijd omgezet in zichtbaar en voorspelbaar gedrag.

Een belangrijk verschil tussen beide rapporten is de reikwijdte. Konfiansa keek breed naar de kwaliteit van bestuur in de Nederlandse Antillen en behandelde ook bestuurders, politieke partijen, partijfinanciering, aanbestedingen, vergunningverlening en overheidsbedrijven. De SOAB-scan richt zich vooral op de ministeries en de ambtelijke organisatiecultuur van Curaçao.

Juist daardoor vullen de rapporten elkaar aan. Konfiansa beschreef in 1999 welke waarborgen nodig waren voor deugdelijk bestuur. De nulmeting van SOAB laat zien hoe die waarborgen vandaag binnen de ministeries worden ervaren. De conclusie is dat het probleem niet langer vooral een gebrek aan beleid is, maar een gebrek aan vertrouwen, consequente toepassing en herkenbaar voorbeeldgedrag.

Geen eind, maar startpunt

SOAB noemt de nulmeting daarom geen eindpunt, maar een startpunt. De overheid heeft volgens de onderzoekers de blauwdruk voor integriteit klaarliggen, maar mist nog de verbinding met ambtenaren. Zonder veilige meldcultuur, consistent leiderschap en heldere processen blijft integriteit vooral beleid op papier.

De historische vergelijking maakt duidelijk hoe hardnekkig het probleem is. Wat Konfiansa in 1999 agendeerde als noodzakelijke bestuurlijke hervorming, keert in 2026 terug als uitvoeringsprobleem op de werkvloer. De Curaçaose overheid is verder gekomen in beleid, maar nog niet ver genoeg in gedrag.


96 keer gelezen

Deel dit artikel: