Salarisgeschil advocaat raakt machtsstrijd rond St. Martinus University

· - leestijd 1 minuut
Sint Martinus University
Sint Martinus University Foto: Sint Martinus University

WILLEMSTAD – Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft een advocaat uit Sint Maarten in het ongelijk gesteld in een geschil over vergoedingen voor juridische werkzaamheden die zij jarenlang verrichtte voor International Healthcare Holding (IHH) en twee aan de onderneming verbonden investeerders. De zaak lijkt voort te komen uit de langdurige juridische strijd rond de eigendom en zeggenschap van de medische opleiding St. Martinus University op Curaçao.


Het Hof bevestigde een eerdere uitspraak van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao en oordeelde dat de civiele rechter niet bevoegd is om het geschil inhoudelijk te behandelen. Volgens het Hof moeten geschillen over advocatenvergoedingen worden voorgelegd aan de Raad van Toezicht en de Raad van Appel van de advocatuur. Daarom blijft de advocaat niet-ontvankelijk in haar vordering.

Centraal in de zaak staat een overeenkomst uit november 2014. De advocaat zou daarin maandelijks 5.000 dollar ontvangen. Daarnaast kreeg zij voorschotten voor nieuwe rechtszaken. Ook kon zij aanspraak maken op een commissie van 30 procent bij een eventuele verkoop van aandelen in een betrokken vennootschap. In de overeenkomst wordt haar jarenlange inzet voor de onderneming en haar aandeelhouders uitgebreid beschreven.

Strijd om controle over onderneming

De overeenkomst verwijst naar een periode waarin volgens de ondertekenaars werd gevochten tegen pogingen van tegenstanders om de controle over de onderneming over te nemen. Daarbij wordt gesteld dat de advocaat een belangrijke rol speelde bij het beschermen van de belangen van de aandeelhouders.

Hoewel de naam van de betrokken vennootschap in de uitspraak is geanonimiseerd, sluit de beschrijving aan bij openbare procedures rond St. Martinus University. In Amerikaanse rechtszaken zijn dezelfde investeerders genoemd in een jarenlange strijd over eigendom, bestuur en financiële transacties rond de medische universiteit. De huidige zaak kan daarom worden gezien als een uitloper van dat bredere conflict.

De advocaat stapte naar de rechter om nakoming van de overeenkomst af te dwingen. De investeerders voerden onder meer aan dat de overeengekomen commissie mogelijk ongeldig was en dat al aanzienlijke bedragen waren betaald. Volgens hen was in totaal ruim 159.000 dollar aan de advocaat overgemaakt.

Wet gaat boven contract

Maar het Hof laat die inhoudelijke discussie grotendeels onbeantwoord. De rechters wijzen erop dat de Advocatenlandsverordening bepaalt hoe vergoedingen voor advocaten moeten worden vastgesteld. Daarbij wordt gekeken naar factoren zoals het belang van de zaak, de omvang van het werk, de complexiteit van het dossier en de bestede tijd. Deze wettelijke regeling is volgens het Hof van dwingend recht en gaat voor op afwijkende contractuele afspraken.

Met de uitspraak blijft het eerdere vonnis in stand. De advocaat is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep.

De beslissing is de nieuwste ontwikkeling in een dossier dat al meer dan tien jaar leidt tot juridische procedures in Curaçao, Sint Maarten en de Verenigde Staten, met als kern de machtsstrijd rond St. Martinus University.


293 keer gelezen

Deel dit artikel: