Rechter: weigeren uniformpet en ongeoorloofd verzuim voldoende voor ontslag bij SDKK

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding
Archieffoto - Dick Drayer

WILLEMSTAD – Een aspirant-beveiligingsmedewerker van het Sentro di Detenshon i Korekshon Kòrsou, SDKK, is terecht ontslagen nadat zij herhaaldelijk weigerde een voorgeschreven uniformpet te dragen en zonder toestemming afwezig was. De Raad van Beroep in Ambtenarenzaken heeft het ontslag bevestigd.


De vrouw was sinds september 2024 tijdelijk in dienst als aspirant-beveiligingsmedewerker. Haar benoeming gold voor de duur van haar opleiding tot beveiligingsmedewerker. In juni 2025 kreeg zij een laatste waarschuwing omdat zij herhaaldelijk de huisregels niet naleefde door geen pet te dragen.

De aspirant-medewerker betwistte dat de pet verplicht onderdeel was van het uniform. Volgens haar had zij de pet als cadeau gekregen. De Raad volgt die uitleg niet. Omdat de pet samen met de overige uniformonderdelen werd verstrekt en haar leidinggevende duidelijk had gemaakt dat deze gedragen moest worden, mocht zij ervan uitgaan dat de pet onderdeel van het uniform was. Ook na een laatste waarschuwing bleef zij weigeren de pet te dragen.

Naast de discussie over het uniform speelde ongeoorloofd verzuim een rol. Op 26 mei 2025 kreeg de vrouw toestemming om enkele uren weg te zijn voor een opdracht van een andere opleiding, maar bleef zij daarna de rest van de dag afwezig. Twee dagen later bleef zij zonder toestemming de hele dag weg. Volgens de Raad past dat gedrag niet bij wat van een beveiligingsmedewerker in opleiding mag worden verwacht.

De regering verleende haar met ingang van 1 oktober 2025 eervol ontslag. Daarbij werd verwezen naar het herhaaldelijk overtreden van kledingvoorschriften en het verzuim op 26 en 28 mei. Volgens de regering was geen verbetering zichtbaar, ondanks meerdere waarschuwingen.

Mondelinge opzegging geldig

De vrouw voerde in hoger beroep ook aan dat haar dienstverband niet rechtsgeldig was opgezegd, omdat zij alleen mondeling te horen had gekregen dat het zou eindigen. De Raad verwerpt dat argument.

Volgens de Raad hoeft een opzegging op grond van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht niet schriftelijk te worden gedaan. De mededeling tijdens een gesprek op 1 augustus 2025 dat haar dienstverband per 1 oktober zou eindigen, gold als rechtsgeldige opzegging. De wettelijke opzegtermijn van twee maanden was daarmee in acht genomen.

De Raad benadrukt dat het hier niet gaat om disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim of om formeel vastgestelde ongeschiktheid. Bij een tijdelijk aangestelde ambtenaar mag de regering het dienstverband beëindigen, zolang zij daarbij binnen de grenzen van haar bevoegdheid blijft. De rechter toetst zo’n beslissing terughoudend.

Volgens de Raad woog het belang van de regering bij beëindiging zwaarder dan het belang van de vrouw om haar opleiding voort te zetten. Discipline, betrouwbaarheid en het opvolgen van instructies zijn volgens de uitspraak essentieel binnen de opleiding tot beveiligingsmedewerker. Het hoger beroep is daarom afgewezen.


182 keer gelezen

Deel dit artikel: