Curaçao betaalde 125.000 gulden aan dwangsommen zonder rechterlijke uitspraken na te leven

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De overheid van Curaçao heeft in zes ambtenarenzaken in totaal 125.000 gulden aan dwangsommen betaald, zonder dat dit heeft geleid tot uitvoering van de betreffende rechterlijke uitspraken. Dat blijkt uit een tussenvonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg van dinsdag 13 oktober. De rechter geeft het Land nu tot 20 november om alsnog besluiten te nemen in zeventien ambtenarenzaken.


De zaken zijn aangespannen door ambtenaren en voormalige ambtenaren die eerder bij de ambtenarenrechter in het gelijk zijn gesteld, maar nog altijd wachten op een beslissing van de overheid. Het gaat onder meer om verzoeken tot herziening van hun rechtspositie, verhoging van pensioengrondslagen en bevordering.

Een aanzienlijk deel van de procedures heeft betrekking op medewerkers van het ministerie van Justitie, onder wie politieambtenaren, brandweerlieden en gevangenispersoneel. Andere zaken betreffen de ministeries van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, Algemene Zaken en Bestuur, Planning en Dienstverlening.

Eerdere dwangsommen zonder resultaat

Volgens het gerecht hebben eerder opgelegde dwangsommen in geen van de zes betreffende zaken het gewenste resultaat gehad. De overheid betaalde telkens het maximumbedrag, variërend van 20.000 tot 25.000 gulden.

In één zaak verklaarde een ambtenaar tijdens de zitting dat hij zelfs al drie keer het maximale bedrag aan dwangsommen had ontvangen, terwijl zijn verzoek uit 2019 om herziening van zijn rechtspositie nog steeds niet was afgehandeld.

De rechter stelt vast dat de overheid verplicht is uitspraken van de ambtenarenrechter na te leven. Dat de betrokken ambtenaren al jarenlang op een beslissing wachten, speelt nadrukkelijk mee in de beoordeling.

Overheid erkent probleem

De overheid heeft tegenover de rechter erkend dat dwangsommen niet altijd een effectief middel zijn om naleving van rechterlijke beslissingen af te dwingen.

Volgens het Land kunnen organisatorische problemen, personeelstekorten en ingewikkelde procedures de uitvoering vertragen. Als voorbeeld noemt de overheid de herstructurering van het politiekorps na de ontmanteling van de Nederlandse Antillen, waardoor sommige beslissingen over de rechtspositie van politieambtenaren ingewikkeld zijn geworden.

De overheid verwijst daarnaast naar een rapport van de Ombudsman van 20 juli 2026, waarin oorzaken worden beschreven van het uitblijven van uitvoering van uitspraken van de ambtenarenrechter. Volgens het gerecht is het probleem van structurele aard en raakt het ook het algemene belang van de rechtsstaat.

Regering belooft verbetering

De Raad van Ministers heeft op 23 september besloten de uitvoering van uitspraken van de ambtenarenrechter strakker te organiseren. Secretarissen-generaal van de ministeries moeten erop toezien dat uitspraken daadwerkelijk worden uitgevoerd, eventueel met ondersteuning van externe advocaten.

De voortgang moet ieder kwartaal worden besproken binnen het overleg van secretarissen-generaal en aan de Raad van Ministers worden gerapporteerd. Bij het ministerie van Justitie is bovendien een commissie ingesteld om openstaande zaken bij de politie af te handelen.

De overheid vroeg de rechter vertrouwen te hebben in deze maatregelen en nog enige tijd geduld te betrachten.

Uiterlijk 20 november

De rechter geeft de overheid voorlopig nog ruim een maand om de besluiten alsnog te nemen. Uiterlijk 20 november moeten de beslissingen aan het gerecht en de betrokken ambtenaren worden overgelegd.

Daarbij wijst de rechter erop dat vertrouwen in een snelle afhandeling mooi zou zijn, maar niet aan de ambtenaren kan worden opgelegd.

Als de overheid ook deze termijn laat verstrijken, zullen volgens het gerecht in het eindvonnis opnieuw dwangsommen moeten worden opgelegd. De rechter merkt op dat hij geen ander dwangmiddel tegen het Land tot zijn beschikking heeft.

Over de proceskosten en de definitieve dwangsommen wordt later beslist.


Deel dit artikel: