Tula vocht voor onze vrijheid. Nu is het aan ons om iets met die vrijheid te bouwen

WILLEMSTAD - De vrijheid waarvoor Tula en zijn medestrijders in 1795 vochten, is volgens docent en ondernemer Eugène Maduro pas werkelijk compleet als daar ook economische zelfstandigheid tegenover staat. In deze bijdrage pleit hij ervoor de Tula-herdenking niet alleen in het teken van het verleden te plaatsen, maar ook van ondernemerschap, eigenaarschap en vermogensopbouw voor toekomstige generaties.
Door | Eugène Maduro
Docent & Entrepeneur
Op 17 augustus 1795 begon op Curaçao een van de belangrijkste momenten uit onze geschiedenis. Onder leiding van Tula kwamen tot slaaf gemaakte mensen in verzet tegen een systeem dat hun vrijheid, waardigheid en menselijke rechten had ontnomen. Zij wisten dat hun strijd gevaarlijk was. Toch kwamen zij in beweging. Zij wilden vrijheid en gelijkheid.
Meer dan twee eeuwen later is het aan ons om een andere vraag te stellen: wat doen wij met de vrijheid waarvoor zij vochten?
Want politieke en juridische vrijheid betekenen niet automatisch economische vrijheid.
Vrijheid zonder startkapitaal
Toen de slavernij op Curaçao in 1863 werd afgeschaft, ontvingen voormalige slaveneigenaren 200 gulden voor iedere vrijgemaakte persoon. De vrijgemaakten zelf kregen geen vergelijkbare financiële compensatie. Zij kregen vrijheid, maar geen startkapitaal.
Dat historische gegeven mogen we niet vergeten wanneer we vandaag spreken over economische achterstand en vermogensvorming. De ene groep beschikte over bezit en middelen om verder te bouwen. De andere moest grotendeels vanaf nul beginnen.
En vanaf nul beginnen betekent in werkelijkheid vaak beginnen met een achterstand. Wie land bezit, kan daarop bouwen. Wie kapitaal heeft, kan investeren. Wie een bedrijf bezit, kan inkomen en werkgelegenheid creëren. Wie vermogen erft, hoeft niet iedere generatie opnieuw te beginnen.
Daarom zijn economische verschillen niet uitsluitend het gevolg van individuele keuzes. Geschiedenis heeft economische gevolgen.
Slavernij was geen natuurramp die Curaçao overkwam. Het was een door mensen gecreëerd systeem. Mensen maakten de wetten, bepaalden wie eigenaar kon zijn en wie arbeid moest leveren. Zij bouwden een economie waarin de arbeid en het leven van anderen konden worden geëxploiteerd.
Maar daarin zit ook een belangrijke les: wat door mensen is gecreëerd, kan door mensen worden veranderd.
Onze geschiedenis hoeft geen gevangenis te zijn. Zij kan ook een bron zijn van bewustwording en kracht.
Van slachtoffer naar eigenaar
Het erkennen van het verleden betekent niet dat wij onszelf voor altijd als slachtoffers moeten zien. We moeten het verleden kennen om te begrijpen waarom bepaalde patronen bestaan. Maar daarna volgt een andere vraag: wat gaan wij vandaag veranderen?
Een deel van het antwoord ligt volgens mij in economische emancipatie.
Wij moeten onze kinderen niet alleen leren hoe zij een goede baan kunnen krijgen, maar ook hoe zij economische waarde kunnen creëren. Niet alleen: ik wil een salaris verdienen, maar ook: ik wil vermogen opbouwen. Niet alleen: ik wil werk vinden, maar ook: ik wil misschien zelf werk creëren.
Daarbij speelt ondernemerschap een belangrijke rol.
Niet iedereen hoeft ondernemer te worden. Een samenleving heeft goede werknemers, leraren, verpleegkundigen, technici, ambtenaren en andere professionals nodig. Maar een gemeenschap die vooral werknemers voortbrengt en relatief weinig ondernemers, investeerders en eigenaren kent, blijft economisch kwetsbaar.
Daarom zouden kinderen al vroeg moeten leren over geld, sparen, investeren, krediet, risico en ondernemerschap. Niet omdat ieder kind later een bedrijf moet beginnen, maar omdat ieder kind moet kunnen begrijpen hoe bezit en vermogen worden opgebouwd.
Misschien nog belangrijker is dat kinderen zichzelf leren zien als mensen die economische waarde kunnen creëren.
Wat je nooit in je omgeving ziet, is moeilijker voor te stellen. Wanneer een kind geen ondernemers kent, kan ondernemerschap voelen als iets voor anderen. Wanneer niemand in de familie ooit heeft geïnvesteerd of een bedrijf heeft gehad, is het moeilijker jezelf als investeerder of werkgever voor te stellen.
Daar kunnen wij verandering in brengen.
Wat laten wij achter?
Iedere generatie kan besluiten dat bepaalde patronen bij haar stoppen.
Dat geldt voor financiële onwetendheid, voor de gedachte dat ondernemerschap alleen voor anderen is en voor het idee dat economische afhankelijkheid nu eenmaal ons lot is.
Vooruitgang begint wanneer mensen zichzelf andere vragen gaan stellen. Niet alleen: wie geeft mij een baan? Maar ook: welk probleem kan ik oplossen? Welke waarde kan ik creëren? Wat kan ik bouwen?
Wij kunnen de geschiedenis niet terugdraaien. We kunnen niet terug naar 1863 om ervoor te zorgen dat de vrijgemaakten alsnog financieel worden gecompenseerd.
Maar wij kunnen wel bepalen wat onze kinderen erven.
Niet alleen onze naam, maar ook kennis, zelfvertrouwen, financiële vaardigheden, een netwerk en – waar mogelijk – bezit. Een onderneming. Een huis. Grond. Investeringen.
Onze kinderen zouden niet telkens opnieuw hoeven te beginnen waar wij begonnen. Zij zouden moeten kunnen beginnen waar wij zijn geëindigd, zodat hun kinderen vervolgens weer verder kunnen bouwen.
Zo verandert economische positie van generatie op generatie.
Wat betekent het om Tula vandaag te herdenken?
Misschien betekent herdenken meer dan bloemen leggen, toespraken houden en terugkijken naar 1795.
Misschien moeten we ons ook afvragen wat vrijheid vandaag betekent.
Zou Tula vrijheid alleen hebben gezien als juridische vrijheid? Of zou vrijheid ook betekenen dat mensen economisch sterker kunnen worden? Dat zij eigenaar kunnen zijn? Dat zij bedrijven kunnen bouwen en hun kinderen kansen kunnen nalaten die eerdere generaties niet hadden?
Tula vocht in 1795 voor een toekomst die hij zelf misschien nooit zou meemaken. Dat maakt zijn strijd niet minder betekenisvol. Misschien juist meer.
Ook wij bouwen vandaag aan een toekomst waarvan wij zelf niet alles zullen meemaken. Daarin ligt onze verantwoordelijkheid tegenover de volgende generatie.
We moeten onze geschiedenis kennen en het onrecht benoemen. We moeten begrijpen hoe economische achterstand kon ontstaan. Maar we moeten tegelijkertijd weigeren om voor altijd door dat verleden te worden bepaald.
Vrijheid geeft ons ook de mogelijkheid om nieuwe economische werkelijkheden te creëren: door te leren, te ondernemen, te investeren, bezit op te bouwen en kansen door te geven.
Misschien is dát de opdracht van onze generatie.
Tula vocht voor onze vrijheid. Nu is het aan ons om iets met die vrijheid te bouwen.
Voor onszelf. Voor onze families. Voor Curaçao. En vooral voor de generaties die na ons komen.
Vanaf hier bouwen wij.





































