Stanley Clementina brengt Anansi tot leven met muzikaliteit en humor

WILLEMSTAD – Stanley Clementina blaast met zijn muzikale voorstelling Anansi een eeuwenoude Curaçaose verteltraditie nieuw leven in. Zonder grootse decors, maar met sterke musici, overtuigende spelers, humor en verschillende generaties op één podium, laat hij zien dat cultureel erfgoed niet alleen bewaard hoeft te worden, maar ook opnieuw kan klinken. Dat schrijft zangeres en theatermaker Tania Kross in haar recensie van de voorstelling in Teatro Norman de Palm.
door | Tania Kross
De kracht van Anansi, de muzikale voorstelling van Stanley Clementina in Teatro Norman de Palm, zat niet in grote decors of ingewikkelde theatrale middelen, maar in de mensen op het podium en in de manier waarop alle losse elementen samenkwamen.
Laat ik beginnen met het belangrijkste: het was een ontzettend leuke avond. Onderhoudend, muzikaal rijk en gemaakt met veel liefde voor verhalen die op Curaçao al generaties lang worden verteld.
Alle muziek en teksten zijn geschreven en gecomponeerd door Clementina zelf. Hij beschikte over een grote bezetting met blazers, verschillende percussionisten, traditionele percussie, basgitaar, piano en gitaar. Daarnaast waren er Mama Elia Isenia, Cici Isenia, Lady Sue, de jonge Jordyn Devid, verteller Crisen Schorea en Remses Rafaela als Kompa Nansi.
Rafaela was een sterke hoofdrolspeler. Hij had présence, acteerde scherp en maakte van Kompa Nanzi een geloofwaardig personage: sluw en ondeugend, maar nooit een karikatuur. Hij beheerste het kleine speelvlak en wist tegelijk voortdurend contact met het publiek te houden.
Muzikaal viel vooral op hoeveel lagen Clementina in zijn composities aanbracht. Niet steeds speelde de volledige band. Soms stond ritme centraal, dan weer melodie, tekst of juist ruimte. Ook de blazers kregen prachtige lyrische partijen. Op twee momenten begeleidde Clementina zichzelf alleen op gitaar. Juist daar hoorde je weer nadrukkelijk de zanger Stanley Clementina en kreeg zijn warme stem alle ruimte.
Ook de verschillende generaties op het podium maakten indruk. De jonge dame Jordyn Devid bracht frisheid en podiumprésence en waagde zich overtuigend aan tambú, bepaald geen eenvoudig genre. Het liet mooi zien hoe Clementina jong talent uitdaagt om repertoire te zingen dat stevig in de eigen cultuur is verankerd.
Mama Elia Isenia liet zien waarom zij een icoon is. Ze hoeft het publiek maar een aanwijzing te geven en de zaal doet mee. Haar tumba was een van de hoogtepunten van de avond. Cici Isenia zong als Shi Maria repertoire dat prachtig bij haar stem paste. Ook Lady Sue viel op met een warme, volle klankkleur die direct nieuwsgierig maakte naar meer.
Een belangrijke verbindende kracht was Crisen Schorea. Met zoveel musici, zangers, acteurs en verhalen had de voorstelling makkelijk kunnen versnipperen, maar zij hield alles bij elkaar. Met humor, diepgang en natuurlijke autoriteit wist ze precies wanneer ze ruimte moest nemen en wanneer ze die aan anderen moest geven.
De speelruimte was beperkt, maar dat voelde nauwelijks als een probleem. Met muziek, sterk spel en goed gedoseerde publieksparticipatie bleef de zaal voortdurend betrokken.
En misschien is dat de grootste verdienste van Anansi: Clementina zette een oude verteltraditie niet in een museum, maar liet haar bewegen. Met traditionele percussie naast lyrische blazers, jong talent naast gevestigde namen, humor naast geschiedenis en theater naast muziek liet hij horen dat cultureel erfgoed niet alleen iets is wat je bewaart.
Je kunt het ook opnieuw laten klinken.
En dat deed Anansi overtuigend.





































