
WILLEMSTAD – Wat laat je achter voor de generatie die na je komt? Die vraag houdt docent en ondernemer Eugène Maduro steeds meer bezig. In een persoonlijke bijdrage schrijft hij over de reacties op zijn publicaties, over jaloezie en afgunst, maar vooral over zijn overtuiging dat kennis pas werkelijk waarde krijgt wanneer je die deelt. Zijn leerlingen en hun kinderen vormen daarbij zijn belangrijkste drijfveer.
door | Eugène Maduro
Sinds ik met enige regelmaat ben gaan schrijven, merk ik hoeveel reacties mijn woorden oproepen. Mensen reageren omdat ze het met mij eens zijn, maar ook omdat ze het oneens zijn met wat ik schrijf. Dat laatste vind ik helemaal niet erg. Integendeel. Wanneer iemand mij vanuit een andere optiek laat zien hoe hij of zij naar een onderwerp kijkt, leer ik daar ook van.
Een samenleving waarin we alleen luisteren naar mensen die hetzelfde denken als wij, is uiteindelijk een samenleving die ophoudt met denken. Maar tussen alle reacties zijn er enkele die mij bijzonder zijn opgevallen. Mensen hebben mij gewaarschuwd voor benijdenis en jaloezie.
Aanvankelijk vond ik dat opmerkelijk. Waarom zou iemand die kennis, ervaringen, ideeën en inzichten deelt, vooral moeten denken aan mensen die daar jaloers op zouden kunnen reageren? Maar naarmate ik er langer over nadacht, begreep ik dat deze waarschuwingen misschien meer vertellen over onze samenleving dan over mijn schrijven.
Waartschuwen voor afgunst
Wat zegt het over een samenleving wanneer mensen je niet in de eerste plaats waarschuwen voor kritiek, maar voor afgunst zodra je jezelf zichtbaar maakt? Ik ben niet gaan schrijven om boven anderen te staan. Ik schrijf omdat ik iets heb meegemaakt. Omdat ik in mijn leven dingen heb geleerd. Omdat ik fouten heb gemaakt, doelen heb bereikt, soms ben gevallen en weer ben opgestaan. Ik schrijf over groei. Over kennis. Over wijsheid. Over moed. Over vrijheid. Over onderwijs. Over Curaçao. En vooral over wat wij als mensen aan de volgende generatie kunnen nalaten.
Want op een bepaald moment in het leven verandert de betekenis van succes. Je vraagt je niet meer alleen af: Wat kan ik voor mezelf bereiken? Je begint je af te vragen: Wat kan ik achterlaten? Dat is voor mij steeds belangrijker geworden. Op een dag zullen mijn lichaam en mijn ziel hun verbinding met deze aarde beëindigen. Dat is voor ieder mens onvermijdelijk. Maar voordat dat moment komt, wil ik iets hebben achtergelaten dat niet met mijn lichaam verdwijnt. Gedachten. Ideeën. Kennis. Creativiteit. Moed. Ervaringen. Vragen. En misschien vooral: het geloof dat een mens zichzelf en zijn omgeving kan blijven ontwikkelen.
Ik realiseer mij steeds meer dat mooie gedachten niet alleen bedoeld zijn om in ons eigen hoofd te blijven zitten. Kennis die je niet deelt, sterft uiteindelijk met je mee. Daarom schrijf ik. Niet omdat ik denk dat ik alle antwoorden heb. Maar omdat ik geloof dat wij betere antwoorden kunnen vinden wanneer wij durven denken, durven vragen en durven verschillen.
Curaçao verdient dat
Ons eiland verdient bevrijde geesten. Het verdient mensen die hun denkvermogen ontwikkelen en niet voortdurend wachten totdat iemand anders voor hen bepaalt wat mogelijk is. Wij hebben vrije geesten nodig die met creativiteit, collectieve intelligentie en empathie naar onze problemen kijken. Niet ieder probleem hoeft vanuit strijd opgelost te worden. Niet iedere andere mening hoeft een vijand te zijn. Niet iedere succesvolle persoon hoeft als een bedreiging te worden gezien. Wij kunnen elkaar juist sterker maken.
Misschien is dat één van de grootste veranderingen die wij nodig hebben: leren om de groei van een ander niet als een bedreiging voor onszelf te zien, maar als een mogelijkheid voor onze gemeenschap. Want wanneer één mens groeit, kan die groei kennis worden voor een ander.
Wanneer één mens durft te spreken, kan dat een ander moed geven. Wanneer één mens een nieuwe weg opent, kunnen anderen daarop verder bouwen. En wanneer een generatie bereid is om haar kennis en ervaringen door te geven, hoeft de volgende generatie niet opnieuw bij nul te beginnen.
Dat is uiteindelijk mijn belangrijkste motivatie
Ik denk aan mijn leerlingen. En ik denk aan hun kinderen. Ik wil dat zij niet alleen in een nieuwe tijd leven, maar dat zij aan een nieuw hoofdstuk kunnen beginnen. Een hoofdstuk waarin zij vrijer kunnen denken. Waarin zij vragen mogen stellen. Waarin creativiteit wordt gewaardeerd. Waarin kennis niet wordt gebruikt om elkaar klein te houden, maar om elkaar groter te maken. Waarin empathie geen zwakte is. Waarin moed niet betekent dat je nooit bang bent, maar dat je ondanks angst toch durft te handelen.
Misschien is dat mijn kleine bijdrage. Geen monument. Geen standbeeld. Geen straatnaam. Maar woorden. Gedachten. En misschien een paar zaadjes die ergens in het bewustzijn van een jonge Curaçaoënaar blijven liggen. Want ik geloof dat wij niet alleen verantwoordelijk zijn voor de wereld die wij aantreffen. Wij zijn ook verantwoordelijk voor de wereld die wij achterlaten. Curaçao verdient een generatie die niet alleen leert om zich aan te passen, maar leert om te denken, te creëren, te verbinden en opnieuw te beginnen. En als mijn schrijven daaraan ook maar een klein beetje kan bijdragen, dan is het voor mij de moeite waard.
Zelfs wanneer iemand het oneens is. Zelfs wanneer iemand mij waarschuwt voor jaloezie. Want misschien is het beste antwoord op afgunst niet om minder te worden. Misschien is het antwoord juist: blijven groeien, blijven delen en blijven bouwen. Voor ons. Voor Curaçao. En vooral voor degenen die na ons komen.





































