Opinie | Van bron, waterput en regenbak naar waterfabriek (1)

· - leestijd 6 minuten
De oude fabriek bij Mundo Nobo
De oude fabriek bij Mundo Nobo Archieffoto: Bea Moedt

WILLEMSTAD - Edwin Makambi schreef voor Curaçao.nu een driedelige bijdrage over drinkwater op Curaçao. Hij kijkt daarin naar een voorziening die voor de meeste mensen vanzelfsprekend is geworden, maar dat op een droog eiland allerminst is. In de serie beschrijft hij hoe Curaçao zijn drinkwatervoorziening ontwikkelde, hoe zeewater tegenwoordig tot drinkwater wordt gemaakt en stelt hij de vraag wat schoon en betrouwbaar drinkwater mag kosten en wie ervoor moet zorgen dat het voor iedereen betaalbaar blijft.


In dit eerste deel gaat Makambi terug naar het begin. Van waterputten, regenbakken en waterverkopers volgt hij de ontwikkeling naar de eerste waterleiding en de productie van drinkwater uit zeewater. Het is een geschiedenis van schaarste, technische vernieuwing en een steeds grotere afhankelijkheid van ontzilting.

Door Edwin Makambi

Zoet water is op ons kleine, droge eiland een grote uitdaging. Van Meeteren begon zijn artikel over watervoorziening, dat hij schreef in 1945, met de veelzeggende woorden: „Geen probleem met betrekking tot ons eiland is zo oud als dat der watervoorziening.”

Grondwater, waterputten en regenbakken

De eerste bewoners en kolonisten kregen hun drinkwater uit zoetwaterbronnen, waterputten en regenbakken. Waterputten konden niet overal worden aangelegd, omdat het zoete grondwater niet overal even gemakkelijk te bereiken was. Regenbakken, meestal onder of naast het huis gebouwd, liepen tijdens de regentijd vol, maar niet altijd voldoende om de droge en warme perioden te doorstaan.

Van Meeteren schrijft hierover dat alle indianendorpen op Curaçao, met uitzondering van Hato en San Pedro, op plaatsen lagen waar geen natuurlijke zoetwaterbronnen werden aangetroffen. De watervoorziening gebeurde daarom via gegraven putten.

Toen de bevolking toenam, werd het probleem van de watervoorziening steeds urgenter. Regenbakken boden een oplossing voor drinkwater. Putwater werd als spoel- en badwater met zogenoemde waterkano’s – grote ponten of platboomde vaartuigen – vanaf plantages aan het Schottegat naar de stad gebracht. Dat water was zowel bestemd voor de bevolking als voor schepen.

Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw werd ook water uit verder landinwaarts gelegen plantages gehaald, vooral wanneer tijdens langdurige droogte de regenbakken leegraakten. Dat water werd per ezel aangevoerd in zogenoemde galeivaten. Iedere ezel droeg twee vaten van elk ongeveer veertig liter. Het voordeel daarvan was dat het water aan huis kon worden geleverd.

Het water werd destijds niet opgepompt. Met een zelfgemaakte lier, de Rad di Pos, werd het uit de put gehaald en in een waterbak gestort. Daarnaast waren er de zogenoemde Pos di pía, putten waarin ook vee tot aan het water kon afdalen.

Foto: Stichting Uniek Curaçao

De waterverkoper

Waterverkoper was een beroep dat tot het midden van de twintigste eeuw op Curaçao bestond. Waterverkopers trokken rond met een door een ezel of muildier getrokken kar, waarop een houten vat met drinkwater stond. Het water werd per blik verkocht.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd de eerste waterleiding op Curaçao aangelegd. In 1893 verleende het gouvernement aan Leonard B. Smith, zakenman en consul van de Verenigde Staten, een concessie om een waterleiding aan te leggen.

Dit leidingnet leverde aanvankelijk putwater, dat niet geschikt was als drinkwater. Eind jaren twintig werd overgegaan op drinkbaar gedistilleerd water. De verdere uitbreiding van de waterdistributie en de bouw van ontziltingsinstallaties betekenden uiteindelijk het einde van het beroep van waterverkoper.

Ezelkar met waterton op Curaçao (1947) (Collectie / Archief : Fotocollectie Van de Poll)

Waterfabrieken

Tot ver in de twintigste eeuw was Curaçao voor zijn drinkwater vooral afhankelijk van regenwater en grondwater. Op verschillende plantages werd water uit putten gewonnen.

De groei van Willemstad en vooral de komst en uitbreiding van de olie-industrie maakten die voorziening steeds problematischer. In de jaren 1923 tot 1927 kocht de overheid verschillende plantages aan om de grondwaterwinning veilig te stellen, onder meer Hato, delen van Buena Vista, Rozendaal, Marchena, Gasparito, Klein Kwartier en delen van Scherpenheuvel. Buena Vista beschikte bijvoorbeeld over veertien putten.

Het water werd via leidingen en zelfs met waterponten naar Willemstad vervoerd.

In deze periode ontstond de Landswatervoorzieningsdienst (LWV). De dienst werd in augustus 1928 ingesteld en hield zich bezig met de winning en distributie van water en met het aansluiten van woningen. In 1929 waren al ongeveer 1.960 woningen in Willemstad op de waterleiding aangesloten.

1928 – de grote omslag: zeewater

Aan de Van Slobbeweg werd een thermische zeewaterdistillatie-installatie gebouwd. De oorspronkelijke installatie had een capaciteit van ongeveer zestig kubieke meter per dag. Daarmee begon Curaçao structureel drinkwater uit zeewater te produceren.

Curaçao liep daarmee internationaal voorop. De installatie wordt in verschillende historische bronnen aangeduid als de eerste land-based zeewaterontziltingsinstallatie voor de openbare watervoorziening.

Het was niet meteen een groot succes. De eerste installatie was klein en technisch niet erg betrouwbaar. In 1929 werd daarom een zogenoemde Weir multi-effect distiller aangeschaft. Dat type installatie zou vervolgens decennialang een belangrijke rol spelen.

In 1929 kwam er ook een tweede distillatie-installatie aan de Penstraat. De oorspronkelijke installatie werd bovendien uitgebreid. Tegen 1932 bedroeg de gezamenlijke capaciteit ongeveer vierhonderd kubieke meter per dag.

De waterproductie bestond aanvankelijk dus uit een combinatie van grondwater en gedistilleerd zeewater. Het gedistilleerde water werd via het steeds verder uitbreidende leidingnet naar de bevolking gebracht.

Uitbreiding van het leidingnet

De watervoorziening werd geleidelijk vanuit Willemstad naar de rest van het eiland uitgebreid. Voor de buitendistricten bestond lange tijd geen aansluiting op het leidingnet. Daar werden vanaf de jaren veertig openbare tappunten aangelegd.

Water werd met tankwagens naar deze tappunten gebracht. Mensen moesten het vervolgens zelf ophalen. Dat verklaart ook waarom de watervoorziening vroeger zo’n wezenlijk onderdeel van het dagelijks leven was: water kwam niet vanzelf uit een kraan in iedere woning.

Watertanks op Berg Ararat
Watertanks op Berg Ararat (Foito: Pieter Antonie van Stuivenberg)

Mundo Nobo wordt belangrijk

De vraag naar water bleef groeien. In 1948 besloot de overheid tot een forse uitbreiding. Er werden zes nieuwe distillatie-eenheden bij Mundo Nobo voorzien en ook de installatie aan de Penstraat werd uitgebreid.

Volgens een historische technische studie kwam de totale productiecapaciteit daarmee op ongeveer 2.700 kubieke meter per dag. Mundo Nobo zou vervolgens het belangrijkste centrum van de Curaçaose waterproductie worden. Het is ook de locatie die later nauw verbonden raakte met KAE en uiteindelijk met Aqualectra.

Van grondwater naar vrijwel volledig zeewater

In de jaren vijftig en zestig bleven bevolking en industrie groeien. De natuurlijke grondwatervoorraden konden de vraag niet meer bijhouden. Daarom werd de capaciteit van de distillatie-installaties verder uitgebreid.

Een belangrijk omslagpunt ligt rond 1960. Vanaf het begin van de jaren zestig werd grondwater niet langer gebruikt als reguliere bron voor het openbare drinkwatersysteem. Curaçao was daarmee in feite volledig afhankelijk geworden van ontzilt zeewater.

De omschakeling ging gepaard met een enorme uitbreiding van het leidingnet. In 1960 was ongeveer zeventig procent van de bevolking aangesloten op het waterleidingnet. In 1985 was dat al 97 procent.

Van overheidsdienst naar overheidsbedrijf

De oorspronkelijke voorziening van water was een overheidsdienst: de Landswatervoorzieningsdienst. De overheid produceerde en distribueerde het water zelf. Maar met de groei van de productie, de techniek en de financiële omvang werd een meer bedrijfsmatige structuur noodzakelijk.

Een belangrijk reorganisatiejaar was 1977. In die periode ontstond een structuur waarin productie en distributie van elektriciteit en water organisatorisch werden gescheiden.

KAE – Kompania di Awa i Elektrisidat di Kòrsou N.V. – werd het productiebedrijf voor water en elektriciteit. Daarnaast ontstond KODELA, voor de distributie.

De uiteindelijke taakverdeling kwam er grofweg op neer dat KAE water produceerde en verkocht aan de Dienst Water Distributie (DWD). KAE produceerde ook elektriciteit en verkocht die aan KODELA, die zorgde voor de distributie van elektriciteit plus de facturering en inning van de elektriciteits- en waterrekeningen. KAE en KODELA waren overheidsbedrijven; DWD was toen nog een overheidsdienst zonder financiële autonomie.

In 1988 werden werknemers van de Dienst Water Distributie overgenomen door de rechtsvoorganger van Aqualectra. Daarmee werd de feitelijke uitvoering van de waterdistributie verder in de bedrijfsmatige organisatie ondergebracht.

Op 12 september 1997 werd Integrated Utility Holding N.V. (IUH) opgericht. De aandelen van KAE en KODELA werden in deze holding ondergebracht. Het ging nog steeds om een publieke nutsvoorziening, maar inmiddels georganiseerd via naamloze vennootschappen.

Op 2 januari 2018 volgde de volgende grote juridische stap. Aqualectra Production (KAE N.V.) en Aqualectra Distribution (KODELA N.V.) werden juridisch geïntegreerd in één vennootschap: Aqualectra N.V.

De nieuwste waterfabriek

Met een groeiende bevolking, vooral door een steeds grotere toestroom van verblijfstoeristen, blijft de vraag naar zoet water groeien. Aqualectra besloot daarom een grote waterfabriek met een productie van 25.000 kubieke meter per dag te bouwen, die volgens planning eind 2026 in werking zal treden.

Deze nieuwe waterfabriek moet naast de RO-fabriek bij Fuik, eveneens met een capaciteit van 25.000 kubieke meter per dag, de oudere fabriek bij Mundo Nobo vervangen, zodat het terrein bij Mundo Nobo geheel kan worden overgedragen voor toeristische ontwikkeling.

Opvallend is dat deze fabriek aan de noordkust, ten westen van vliegveld Hato, wordt gebouwd. De zee ten noorden van het eiland is vanwege de sterke passaatwind normaliter veel ruwer dan aan de zuidkant. Dat is voor de waterfabriek waarschijnlijk niet echt een obstakel, omdat vooral de toevoer- en afvoerleidingen stevig moeten worden verankerd.

Wat wel interessant is, en ook al op sociale media is aangekaart, is de bovenstroomse aanwezigheid van Shut, de oude vuilstortplaats die tegenwoordig vooral wordt gebruikt voor het lozen van ongezuiverd afvalwater uit beerputten en cruiseschepen.

Dat afvalwater is uiteraard sterk vervuild en kan schadelijke chemische en bacteriële stoffen bevatten. Met de stroming mee richting het westen zou je daarom kunnen stellen dat schadelijke stoffen in de richting van de aanvoerbuizen van de nieuwe waterfabriek kunnen worden gevoerd.

Hopelijk is dat allemaal goed onderzocht, zodat we niet uiteindelijk worden verrast met vervuild en ondrinkbaar water. En hopelijk brengt het geen extra kosten met zich mee om eventuele vervuiling eruit te filteren, want drinkwater is nu al ontzettend duur.

Terug naar de kraan

We staan er normaliter niet bij stil als we de kraan in de keuken of badkamer openen, de wc doortrekken of de wasmachine aanzetten. Water van goede kwaliteit komt gewoon uit de kraan.

Slechts eenmaal per maand worden we eraan herinnerd dat dit water niet goedkoop is. Sommige mensen kunnen de rekening niet betalen. Aqualectra is primair een bedrijf en geen sociale dienst. Wie niet betaalt, kan worden afgesloten.

Voor schrijnende gevallen dient het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn oplossingen aan te dragen.

Drinkwater is nog meer dan elektriciteit een grondrecht, zeker als dat kinderen betreft. Toch leert de ervaring dat afsluiting nog steeds voorkomt. De Ombudsman van Curaçao heeft hierover eveneens aan de bel getrokken en wijst specifiek op de toegang van minderjarigen tot schoon drinkwater.


90 keer gelezen

Deel dit artikel: