Nationaal Slavernijmuseum zet vrouwelijke verzetsstrijders centraal tijdens internationale conferentie

AMSTERDAM – De rol van vrouwen in het verzet tegen de slavernij staat centraal tijdens de internationale conferentie Building Bridges 2026 van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam. Op maandag 2 november komen internationale deskundigen bijeen om te bespreken hoe de vaak vergeten verhalen van vrouwen een plaats kunnen krijgen in het museum, dat in 2030 zijn deuren moet openen.
De conferentie staat dit jaar in het teken van Vrouwen en Slavernij. Volgens de organisatoren is de geschiedenis van slavernij grotendeels vastgelegd door koloniale machthebbers. Daardoor beschrijven historische documenten vooral het geweld en de onderdrukking waaraan vrouwen werden blootgesteld, terwijl hun eigen rol in het verzet, de opbouw van gemeenschappen en het behoud van cultuur vaak onderbelicht bleef.
Het Nationaal Slavernijmuseum wil onderzoeken hoe deze verhalen alsnog zichtbaar kunnen worden gemaakt en hoe gemeenschappen zelf kunnen bijdragen aan een meerstemmige geschiedschrijving.
Internationale deskundigen
Hoofdspreker is Michelle Charters, directeur van het International Slavery Museum in Liverpool. Zij heeft ruim veertig jaar ervaring met gemeenschapswerk en is de eerste zwarte vrouw die leidinggeeft aan het museum.
Charters zal ingaan op de vraag hoe een museum samen met de betrokken gemeenschappen kan worden opgebouwd en hoe hun verhalen al verteld kunnen worden voordat het museumgebouw daadwerkelijk bestaat.
Andere deelnemers zijn onder meer Peggy Brandon, Olga Heijns, Brenda Pattipeilohy en Peggy Wijntuin. Zij spreken vanuit verschillende achtergronden over vrouwelijk leiderschap, het vertellen van verhalen en de manier waarop culturele instellingen het slavernijverleden kunnen presenteren. Journalist en schrijver Clarice Gargard leidt de gesprekken.
Curaçaose geschiedenis
De thematiek sluit aan bij de Curaçaose geschiedenis, waarin de rol van vrouwen in het verzet tegen de slavernij lange tijd weinig aandacht heeft gekregen.
Een voorbeeld zijn Maria en Agathia, twee vrouwen die in verband worden gebracht met de opstand van tot slaaf gemaakten op plantage Rif Sint Marie in 1716. Hun geschiedenis staat momenteel centraal in de muziektheatervoorstelling Tula.Verse II: Sœurité van de Curaçaose percussionist en theatermaker Vernon Chatlein.
Ook daarin wordt onderzocht hoe de ervaringen en het verzet van vrouwen kunnen worden gereconstrueerd wanneer de beschikbare historische bronnen voornamelijk afkomstig zijn van koloniale machthebbers.
Of dergelijke specifieke Curaçaose verhalen daadwerkelijk een plaats krijgen in het toekomstige museum, is nog niet bekend.
Curaçaose inbreng toegezegd
Het Nationaal Slavernijmuseum heeft eerder toegezegd dat de geschiedenis van Curaçao nadrukkelijk onderdeel wordt van de vaste presentatie.
Tijdens een werkbezoek aan Curaçao in september 2024 verklaarde kwartiermaker John Leerdam dat het museum aandacht zal besteden aan de rol van Curaçao in de trans-Atlantische slavenhandel, maar ook aan het verzet tegen de slavernij.
De delegatie sprak destijds met lokale kunstenaars, activisten en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Daarbij werd benadrukt dat de verhalen van de Caribische gemeenschappen niet uitsluitend vanuit een Nederlands perspectief mogen worden verteld.
De conferentie in november vormt een volgende stap in de voorbereiding van het museum, dat op de Kop van het Java-eiland in Amsterdam wordt gebouwd.
Gratis toegankelijk
Building Bridges 2026 vindt maandag 2 november plaats in het H’ART Museum aan de Amstel in Amsterdam. De inloop begint om 14.15 uur en het inhoudelijke programma wordt om 17.00 uur afgesloten, gevolgd door een borrel.
De bijeenkomst is gratis toegankelijk, maar vooraf aanmelden is verplicht. Meer informatie staat op de website van de conferentie.




































