
WILLEMSTAD – Voor de tweede keer heeft de rechter de Sociale Verzekeringsbank (SVB) teruggefloten in de zaak rond de trombosedienst. De SVB moet opnieuw beslissen over haar weigering om Lab de Med toegang te geven tot een declaratiecode en bijbehorend tarief.
Lab de Med vroeg de SVB om toegang tot code 70192, die wordt gebruikt voor een trombosedienst. Die dienstverlening gaat verder dan alleen het meten van de stollingswaarde van het bloed. Ook de beoordeling van de uitslag, het volgen van de patiënt en zo nodig het aanpassen van de antistollingsmedicatie vallen eronder. Voor deze dienst stelde de SVB in 2016 op verzoek van het Analytisch Diagnostisch Centrum (ADC) een tarief van 33,25 gulden vast. Alleen ADC kan dat tarief declareren.
Concentratie van zorg
De SVB wil de trombosezorg bij één aanbieder concentreren. Volgens de bank zou toelating van een tweede trombosedienst leiden tot dubbele capaciteit, versnippering van de zorg en hogere kosten. De SVB beriep zich daarbij onder meer op haar verantwoordelijkheid voor een doelmatige en financieel houdbare uitvoering van de basisverzekering ziektekosten.
De rechter zegt niet dat dit beleid inhoudelijk verkeerd is, maar stelt dat beleid alleen niet voldoende is om onderscheid te maken tussen twee erkende laboratoria. De wettelijke bepalingen waarop de SVB zich beroept, geven volgens het Gerecht geen bevoegdheid om een vergoeding exclusief aan één medewerkende zorginstelling toe te kennen.
Al jaren slepende zaak
De zaak speelt al enkele jaren. De SVB wees het verzoek van Lab de Med in april 2023 af en handhaafde die beslissing eind 2024. In december 2025 vernietigde het Gerecht die afwijzing al, omdat ook toen de aangevoerde wettelijke grondslag niet voldeed. Tegen die uitspraak werd geen hoger beroep ingesteld.
De SVB nam daarop in januari van dit jaar opnieuw een afwijzende beslissing, ditmaal met een andere juridische onderbouwing. Ook die houdt volgens het Gerecht geen stand. De beschikking is vernietigd en de SVB moet opnieuw een besluit nemen. Als de bank de code en het tarief uitsluitend voor ADC wil blijven reserveren, moet zij aangeven op welke andere wettelijke grondslag dat kan.
De rechter gaat vooralsnog niet zover dat de SVB wordt verplicht om het tarief ook onmiddellijk aan Lab de Med toe te kennen. De bank krijgt nog een laatste mogelijkheid haar beslissing juridisch deugdelijk te onderbouwen of alsnog met Lab de Med tot een oplossing te komen.
De uitspraak dateert van 17 juli en werd op 24 juli gepubliceerd. De SVB is ook veroordeeld tot betaling van 1.400 gulden aan proceskosten en 50 gulden griffierecht aan Lab de Med.
Gomez: kwestie gaat verder dan gezondheidszorg
Advocaat Lincoln Gomez wijst zondag in een beschouwing over de uitspraak op de bredere betekenis ervan. Volgens hem gaat de zaak niet in de eerste plaats over de vraag of Curaçao één of meerdere trombosediensten moet hebben, maar over de grenzen van de bevoegdheden van overheidsinstanties. Een beleidsdoel kan volgens Gomez nog zo wenselijk zijn, maar geeft een bestuursorgaan geen bevoegdheden die niet in de wet zijn vastgelegd.
Gomez noemt het daarbij opmerkelijk dat de SVB, nadat de eerste juridische grondslag door de rechter was afgewezen, met een andere grondslag terugkwam om hetzelfde resultaat te handhaven. Hij stelt de vraag wanneer een overheidsorgaan niet langer naar een nieuwe juridische rechtvaardiging moet zoeken, maar het beleid zelf moet heroverwegen.





































