Centrale bank geeft geen antwoord op cruciale vraag over buitenlandse betaalrekening Goktoezichthouder

WILLEMSTAD – De Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten wil niet zeggen of de Curaçao Gaming Authority en het Land toestemming hebben gekregen voor hun buitenlandse betaalrekeningen en de ontvangst van vergunningsgelden via USDT. Daarmee blijft een politiek cruciale vraag onbeantwoord: was de omstreden betaalconstructie vooraf volgens de Curaçaose deviezenregels goedgekeurd?
Het antwoord is politiek relevant omdat minister van Financiën Charles Cooper de Tsjechische rekening heeft aangemerkt als onderdeel van mogelijke ernstige onregelmatigheden. Cooper kondigde eerder aan stukken aan het Openbaar Ministerie te willen overdragen. Volgens hem zou voor de rekening van het Land bovendien geen vereiste machtiging van de regering zijn gegeven.
Voormalig minister van Financiën Javier Silvania verdedigde ondertussen de financieringsstructuur van de CGA. Volgens hem gaat het geld voor het toezicht niet ten koste van de Landskas, omdat vergunninghouders twee afzonderlijke bedragen betalen: één aan de CGA en één aan de Ontvanger.
De reactie van de CBCS geeft geen van beide politici gelijk. De Bank bevestigt niet dat toestemming is verleend, maar zegt evenmin dat de CGA of het Land zonder deviezenvergunning heeft gehandeld.
Een eventuele toestemming van de CBCS zou bovendien alleen antwoord geven op de deviezenrechtelijke vraag. Daarmee staat nog niet vast dat ook alle bestuurlijke goedkeuringen aanwezig waren, dat de juiste personen de rekeningen mochten openen of dat de Ontvanger daadwerkelijk controle had over het geld voor de Landskas.
Buitenlandse vergunning niet voldoende
De CGA ontvangt betalingen van buitenlandse online-gokbedrijven via een eurorekening bij Payment Execution in Tsjechië. Volgens de toezichthouder heeft ook het ministerie van Financiën in 2024 bij dezelfde betaaldienstverlener een rekening geopend voor het deel van de vergunningsgelden dat voor het Land bestemd is.
Vergunninghouders kunnen daarnaast betalen in USDT, een digitale munt die aan de Amerikaanse dollar is gekoppeld. Die betalingen lopen via Coin Gateway en worden volgens de CGA direct omgezet in euro’s. De toezichthouder zegt daardoor zelf geen cryptovaluta aan te houden.
De betrokken betaaldienstverleners zouden in het buitenland zijn geregistreerd en daar onder toezicht staan. Volgens de CBCS betekent zo’n buitenlandse vergunning of toezichtstatus echter niet automatisch dat Curaçaose ingezetenen zijn vrijgesteld van de lokale deviezenregels.
De toepasselijkheid van die regels moet volgens de Bank worden beoordeeld aan de hand van de Curaçaose wetgeving en de concrete inrichting van de rekening, betaalroute en dienstverlening.
Dat betekent dat een vergunning van een Tsjechische of andere buitenlandse toezichthouder niet automatisch voldoende is. Mogelijk was daarnaast toestemming, een ontheffing of rapportage aan de CBCS nodig.
Centrale Bank beroept zich op geheimhouding
De CBCS wil niet bevestigen of ontkennen of voor de rekeningen van de CGA en het Land een deviezenvergunning of ontheffing is aangevraagd of verleend.
Ook doet de Bank geen mededelingen over de vraag of transacties zijn gerapporteerd en of de constructie onderwerp is of is geweest van toezicht, onderzoek of een nadere beoordeling.
De Centrale Bank verwijst daarvoor naar artikel 27 van de Regeling Deviezenverkeer Curaçao en Sint Maarten. Dat artikel verplicht de Bank tot geheimhouding van informatie over afzonderlijke ingezetenen en niet-ingezetenen.
Volgens de CBCS geldt die geheimhouding ook voor gegevens over individuele overheidsinstanties, rekeningen, betaalroutes, dienstverleners, vergunningen, ontheffingen, rapportages en toezichtmaatregelen.
De Bank zegt alleen in algemene zin dat de deviezenregels betrekking kunnen hebben op het openen en aanhouden van buitenlandse rekeningen, betalingen naar en vanuit het buitenland en de bijbehorende vergunning- en rapportageverplichtingen.
Politieke bewijslast blijft liggen
Door de geheimhoudingsplicht kan het antwoord van de CBCS niet worden gebruikt als bewijs dat de constructie rechtmatig was. Maar het vormt evenmin bewijs dat regels zijn overtreden.
De politieke bewijslast blijft daardoor liggen bij de CGA, het ministerie van Financiën en de bestuurders die bij het openen van de rekeningen betrokken waren. Zij kunnen de vergunning, ontheffing, bestuursbesluiten en rekeningdocumentatie zelf openbaar maken.
Dat is ook relevant voor het aangekondigde onafhankelijke onderzoek naar de overeenkomst en betalingen van de CGA. Dat onderzoek zal niet alleen moeten vaststellen hoeveel geld is betaald en welke werkzaamheden daarvoor zijn verricht, maar ook op wiens naam de buitenlandse rekeningen staan, wie ze heeft geopend en welke instanties vooraf toestemming hebben gegeven.
Daarbij moeten twee verschillende vormen van toestemming uit elkaar worden gehouden. Een deviezenvergunning van de CBCS is niet hetzelfde als een besluit van de ministerraad, een bestuursbesluit van de CGA of een machtiging om namens het Land een rekening te openen.
Vergunningsplicht buitenlandse rekening
Volgens de Deviezenregulering 2024 is voor het openen en aanhouden van een buitenlandse bankrekening door een Curaçaose rechtspersoon in beginsel een deviezenvergunning nodig. De regeling vraagt daarbij naar de naam van de rechtspersoon, de buitenlandse financiële instelling en de valuta waarin de rekening luidt.
De CGA is een op Curaçao gevestigde stichting en functioneert op grond van de Landsverordening op de Kansspelen als zelfstandig bestuursorgaan. De deviezenwetgeving rekent zowel lokale rechtspersonen als in Curaçao gevestigde bestuursorganen tot de ingezetenen.
Of de rekening bij Payment Execution juridisch als buitenlandse rekening geldt, hangt mede af van de precieze inrichting ervan. Het kan gaan om een eigen rekening of IBAN van de CGA, maar ook om een virtuele rekening of een interne administratie binnen een verzamelrekening van de betaaldienstverlener.
De CBCS geeft niet aan hoe zij de concrete rekening kwalificeert. Ook blijft onduidelijk hoe de Bank een door een buitenlandse cryptodienstverlener beheerde USDT-wallet juridisch beoordeelt.
Twee geldstromen
De nieuwe gokwet bepaalt dat het jaarlijkse vergunningsrecht voor een online-gokvergunning uit twee bedragen bestaat. Een bedrag van 22.960 euro is bestemd voor de CGA en 24.490 euro voor de Landskas.
De CGA is verantwoordelijk voor de inning van haar eigen toezichtskosten. De inning van het deel voor het Land is in de wet opgedragen aan de Ontvanger. Beide bedragen moeten elektronisch worden betaald.
De wet noemt echter geen buitenlandse rekening, geen specifieke betaaldienstverlener en geen betaling in USDT. Ook is in de openbare regelgeving tot nu toe geen ministeriële regeling aangetroffen waarin deze concrete betaalroute wordt uitgewerkt.
Curaçao.nu schreef eerder dat de bevoegdheid om elektronisch geld te innen niet automatisch een wettelijke goedkeuring vormt voor iedere buitenlandse rekening, cryptowallet of betaaldienstverlener.
Openheid kan geheimhouding doorbreken
Artikel 27 biedt de mogelijkheid om individuele informatie met schriftelijke toestemming van de betrokken ingezetene openbaar te maken. De CGA en het Land kunnen de CBCS daarom toestemming geven om ten minste te bevestigen of de buitenlandse rekeningen en betaalroutes zijn gemeld, beoordeeld en goedgekeurd.
Daarmee kunnen zij voorkomen dat de discussie uitsluitend blijft draaien om politieke beschuldigingen en vertrouwelijke documenten.
Zolang die toestemming of de onderliggende vergunningen niet openbaar worden gemaakt, blijft de centrale vraag onbeslist: mogelijk heeft de CBCS de betaalconstructie goedgekeurd, maar publiekelijk staat dat niet vast. Evenmin is duidelijk of los daarvan alle vereiste bestuurlijke machtigingen aanwezig waren.





































