Van raffinaderij naar nieuw stadsdeel: hoe Isla er in 2075 uit zou kunnen zien

· - leestijd 5 minuten
Directeurswoning op het Isla terrein
Directeurswoning op het Isla terrein

WILLEMSTAD – Geen grote schoonmaak waarbij eerst tientallen jaren niets met Isla kan gebeuren, maar een terrein dat stukje voor stukje verandert terwijl planten en bomen de vervuiling aanpakken. In haar masteronderzoek ‘Reclaiming the Isla’ aan de TU Delft schetst Annika van der Nat een toekomst waarin de voormalige raffinaderij langzaam verandert in een nieuw deel van Willemstad, met woningen, onderwijs, bedrijven, natuur en ruimte voor het industriële verleden. De einddatum in haar ontwerp: 2075.


Het belangrijkste uitgangspunt van Reclaiming the Isla is eigenlijk eenvoudig: waarom zou Curaçao moeten wachten totdat honderden hectares vervuilde grond volledig zijn schoongemaakt voordat het terrein een nieuwe bestemming kan krijgen?

Van der Nat draait die volgorde om. Saneren en ontwikkelen moeten volgens haar tegelijkertijd en gefaseerd plaatsvinden. Delen die nog zwaar vervuild zijn blijven in behandeling, terwijl gebieden waar dat verantwoord is eerder kunnen worden gebruikt.

Dat is vooral relevant omdat de methode die zij onderzoekt langzaam werkt. Ze kiest voor zogenoemde fytoremediatie: het inzetten van planten, bomen, wortelsystemen en aangelegde wetlands om vervuiling uit bodem en grondwater op te nemen, af te breken, vast te leggen of verdere verspreiding tegen te houden.

Die aanpak vraagt veel meer tijd dan vervuilde grond afgraven, verbranden of afdekken. Maar volgens de literatuur waarop Van der Nat zich baseert kan zij minder ingrijpend, energiezuiniger en goedkoper zijn. Het succes hangt wel sterk af van de lokale omstandigheden en het soort vervuiling. En juist daar begint op Isla de onzekerheid.

Olie, zware metalen en asbest

Van der Nat vond aanwijzingen voor een breed mengsel aan verontreinigingen: ruwe olie, oplosmiddelen, asfalt, zwavelzuur, zware metalen en asbest. Daarvoor selecteerde zij zes verschillende groene saneringsvormen, waaronder aangelegde wetlands, zones met diepwortelende bomen en verschillende vegetatielagen die vervuiling moeten afbreken of stabiliseren. Mogelijke plantensoorten zijn onder meer mangroven, grassen, manzanillabomen en lokale struiken.

Maar de studie stuitte tegelijkertijd op een belangrijk probleem: de precieze vervuiling van Isla is onvoldoende openbaar bekend.

Van der Nat beschikte over openbare bronnen, gesprekken met lokale deskundigen en informatie uit een terreinbezoek. Daarmee kon zij globaal vaststellen welke soorten vervuiling waar aanwezig kunnen zijn. Maar gedetailleerde metingen van bodem en grondwater, op verschillende locaties en dieptes, waren niet beschikbaar of werden niet aan haar ter beschikking gesteld.

Dat betekent dat haar kaart geen kant-en-klaar saneringsplan is.

Voordat daadwerkelijk kan worden besloten welke planten waar kunnen worden gebruikt, moet volgens haar veel uitgebreider bodem- en grondwateronderzoek plaatsvinden. Zij noemt het gebrek aan specifieke gegevens zelf een beperking die haar onderzoek minder nauwkeurig maakt.

De eerste tien jaar

Toch werkt Van der Nat uit hoe zo’n langzame transformatie eruit zou kunnen zien.

In de eerste vijf tot tien jaar begint de groene sanering op verschillende plaatsen. Tegelijkertijd hoeft het gebied volgens haar niet afgesloten en nutteloos te blijven.

Aan de westkant kan een innovatiegebied ontstaan voor onderzoek, productie, startups en bedrijven. Ook ziet zij ruimte voor uitbreiding van hoger onderwijs. Nieuwe infrastructuur moet Isla beter verbinden met de omliggende buurten.

Centraal in deze eerste fase staat een Phyto-park: een park waarin de vegetatie niet alleen recreatieve waarde heeft, maar onderdeel vormt van het saneringsproces. Bewoners zouden er via wandelroutes al tijdens de schoonmaak toegang tot delen van het gebied krijgen.

Dat park moet bovendien worden verbonden met andere groene gebieden in Willemstad. Zo moet de sanering volgens haar niet alleen Isla groener maken, maar ook de relatie met omliggende wijken veranderen.

Daarna komt wonen

Tussen ongeveer tien en dertig jaar na het begin van de ontwikkeling komen in het ontwerp steeds meer plekken vrij voor woningbouw.

Van der Nat voorziet een dichter bebouwd centrum met voorzieningen, maar daarnaast ook gebieden waar mensen zelf kavels kunnen ontwikkelen. Voor die organische manier van bouwen kijkt zij naar de historische ontwikkeling van Otrobanda.

Betaalbare woningen zijn daarbij bewust onderdeel van het plan. De onderzoeker koppelt Isla aan een breder Curaçaos probleem: stijgende vastgoedprijzen en druk op de woningmarkt. Nieuwe woonruimte op het voormalige raffinaderijterrein moet volgens haar vooral ook voor de lokale bevolking betekenis hebben.

Na dertig tot vijftig jaar en langer is in haar toekomstbeeld een compleet nieuw stadsdeel ontstaan. De verschillende buurten krijgen hun eigen karakter en de innovatiezone en onderwijsvoorzieningen zijn dan uitgegroeid tot plekken waar studenten en bedrijven samenkomen.

De schoorstenen hoeven niet allemaal weg

Opvallend is dat Van der Nat Isla niet wil uitwissen.

Een deel van het industriële landschap moet volgens haar juist behouden blijven. De oude directeurswoning kan bijvoorbeeld een museum worden over de geschiedenis van de raffinaderij. Opslagtanks kunnen veranderen in ruimtes voor recreatie, kleine bedrijven of evenementen.

Andere installaties zouden als monument kunnen blijven staan en langzaam door vegetatie worden overgroeid.

Zo blijft zichtbaar waar het gebied vandaan komt. De vervuilende industrie verdwijnt uit delen van het terrein, maar de geschiedenis van Shell, PdVSA, de raffinaderijarbeiders en het economische belang van Isla wordt niet weggepoetst.

Meer dan een milieuproject

De studie probeert Isla bovendien te gebruiken om andere problemen van Curaçao aan te pakken.

Het innovatiegebied en nieuwe opleidingen moeten jongeren reden geven om op Curaçao te studeren en werken. Van der Nat noemt de brain drain expliciet als een probleem dat zo’n herontwikkeling zou kunnen helpen verminderen.

Daarnaast stelt zij voor ruimte te reserveren voor lokale productie van energie, water en voedsel. Ze noemt onder meer zonnevelden, waterstofopslag, hightechlandbouw en viskweek. Daarmee zou Curaçao minder afhankelijk kunnen worden van ingevoerde goederen.

Isla wordt in haar ontwerp daarmee niet één nieuw industriepark of één woonwijk, maar een combinatie van leren en werken, wonen en recreëren, produceren en onderzoeken.

Kritiek op huidige koers

Van der Nat zet haar visie nadrukkelijk af tegen de richting die zij in de bestaande plannen voor het terrein ziet.

2Bays richt zich volgens haar op vijf economische sectoren: olie en gas, duurzame energie en grondstoffen, haven en logistiek, lichte industrie en voedselproductie en lokale behoeften.

De onderzoeker vindt echter dat de huidige koers nog te sterk afhankelijk blijft van industriële en economische exploitatie en onvoldoende concrete doelen bevat voor de aanpak van de historische vervuiling. Volgens haar dreigt het terrein daardoor vervuild te blijven, met gevolgen voor omwonenden en natuur. Dat is nadrukkelijk haar beoordeling van de huidige plannen, niet een conclusie van 2Bays zelf.

Ook bestuurlijk kiest zij een andere benadering. In een duurzaam ontwikkelingsproces moeten volgens haar niet alleen overheid en investeerders bepalen wat er met Isla gebeurt. Omwonenden, deskundigen en maatschappelijke organisaties moeten vanaf het begin kunnen meepraten.

Transparantie en burgerparticipatie zijn in haar studie daarom geen bijkomstigheid, maar een voorwaarde voor wat zij een eerlijke herontwikkeling noemt.

Geen blauwdruk voor morgen

Reclaiming the Isla is een masterstudie in Urbanism, geen technisch saneringsplan en geen opdracht van de Curaçaose regering. De jaartallen, nieuwe wijken en bestemmingen zijn een ontwerpscenario waarmee Van der Nat wil laten zien wat mogelijk wordt wanneer sanering niet als afzonderlijke eerste stap wordt beschouwd.

Juist het ontbreken van gedetailleerde vervuilingsgegevens verhindert dat haar voorstel rechtstreeks kan worden uitgevoerd.

Maar daarin zit tegelijkertijd een van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek: voordat Curaçao verantwoord kan beslissen wat waar op Isla mogelijk is, moet veel nauwkeuriger bekend zijn wat er precies in de bodem en het grondwater zit.

Daarna komt de politieke keuze.

Moet Isla opnieuw vooral economische productie opleveren? Moet eerst alles worden gesaneerd voordat ontwikkeling begint? Of kan het terrein gedurende tientallen jaren veranderen, waarbij steeds nieuwe stukken worden teruggegeven aan de stad?

Van der Nat kiest voor dat laatste. In haar toekomstbeeld is Isla in 2075 vrijwel onherkenbaar veranderd: van afgesloten raffinaderijterrein in het hart van Willemstad naar een gebied waar wordt gewoond, gestudeerd, gewerkt en gerecreëerd.

De raffinaderij is dan verdwenen als dominante functie. De geschiedenis blijft staan.


382 keer gelezen

Deel dit artikel: