Hoge Raad onderzoekt of Curaçaose stichting eigen ontbinding mag terugdraaien

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – Mag een stichting die heeft besloten zichzelf op te heffen daar later op terugkomen? Volgens het Gerecht en het Gemeenschappelijk Hof op Curaçao kan dat niet, terwijl de Hoge Raad die mogelijkheid in Nederland onder voorwaarden wel heeft erkend. Ook een rechter op Sint Maarten stond het eerder toe. De procureur-generaal bij de Hoge Raad onderzoekt nu of de hoogste rechter duidelijkheid moet geven over het Curaçaose recht.


Aanleiding is een zaak rond MF Foundation, een stichting die in 2008 naar Curaçaos recht werd opgericht. Het bestuur besloot in december 2023 de stichting te ontbinden. De vereffening was echter nog niet begonnen. Later wilde het bestuur de activiteiten toch binnen dezelfde stichting voortzetten en in februari 2025 werd besloten de ontbinding terug te draaien.

De stichting stapte naar de rechter om dat juridisch mogelijk te maken. Het Gerecht in eerste aanleg wees het verzoek in maart vorig jaar af. Het Gemeenschappelijk Hof kwam in december tot dezelfde conclusie: in het Curaçaose Burgerlijk Wetboek ontbreekt volgens het Hof de wettelijke grondslag om een eenmaal genomen ontbindingsbesluit te herroepen.

Nederland en Sint Maarten

In Nederland ligt dat anders. De Hoge Raad bepaalde in 2014 dat het besluit tot ontbinding van een besloten vennootschap onder voorwaarden kan worden herroepen. Daarbij moet onder meer worden voorkomen dat schuldeisers of andere derden door het terugdraaien van de ontbinding worden benadeeld.

Het Curaçaose Hof vindt dat die Nederlandse rechtspraak niet zonder meer naar Curaçao kan worden overgenomen. Een bepaling uit het Nederlandse Burgerlijk Wetboek die bij die rechtspraak een rol speelt, artikel 2:19 lid 2, ontbreekt in het Curaçaose wetboek. Het Hof concludeerde daarom dat er ook via de Nederlandse jurisprudentie geen grondslag bestaat om de ontbinding terug te draaien.

Op Sint Maarten is eerder anders geoordeeld. Het Gerecht daar verklaarde in 2015 in een andere zaak dat een besluit waarmee een eerdere ontbinding werd herroepen rechtsgeldig was. Daardoor bestaat binnen het Caribische deel van het Koninkrijk geen eenduidige lijn over de vraag of een rechtspersoon op een ontbindingsbesluit kan terugkomen.

‘Vergissingsbesluiten’

De Curaçaose advocaat en rechtswetenschapper Karel Frielink is het niet eens met de lijn die het Gerecht en het Hof op Curaçao hebben gekozen. Volgens hem moet het ook onder Curaçaos recht mogelijk zijn een ontbindingsbesluit terug te draaien, zolang de belangen van derden worden beschermd.

„Volgens de Hoge Raad kan het in Nederland en volgens mijn handboek hier ook”, zegt Frielink. Volgens hem zitten het Curaçaose Gerecht en het Gemeenschappelijk Hof „op een verkeerd spoor”. Hij wijst daarbij ook op de uitspraak uit Sint Maarten, waar de Nederlandse lijn wel is gevolgd.

Voor de praktijk is de kwestie volgens Frielink belangrijk. Hij zegt ontbindingsbesluiten te hebben gezien die achteraf op een vergissing bleken te berusten, bijvoorbeeld omdat onvoldoende was nagedacht over fiscale gevolgen of over de gevolgen voor de financiering van een groepsstructuur.

„Er is geen reden om niet toe te staan dat vergissingen worden gecorrigeerd, zolang belangen van derden maar zijn beschermd”, aldus Frielink.

Op zijn juridische blog schrijft hij dat het met enige regelmaat voorkomt dat na een ontbindingsbesluit blijkt dat daaraan een verkeerde afweging of verkeerd advies ten grondslag lag. Hij vindt het onbevredigend wanneer voor zulke gevallen geen herstelmogelijkheid bestaat.

Geen theoretisch probleem

Dat dit in de praktijk daadwerkelijk kan spelen, blijkt ook uit een andere Curaçaose zaak die afgelopen juli bij het Gerecht terechtkwam. Daarin stelde een onderneming dat per vergissing de verkeerde vennootschap was ontbonden. Volgens de verzoeker had een gelieerde, lege vennootschap moeten worden opgeheven, terwijl de daadwerkelijk ontbonden vennootschap nog activiteiten had.

De rechter wees daarbij op de eerdere uitspraken waarin het Curaçaose Gerecht en het Hof oordeelden dat voor herroeping geen wettelijke basis bestaat. Ook verwees de rechter expliciet naar het onderzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Een eindbeslissing in die nieuwe zaak is nog niet genomen; de behandeling wordt in november voortgezet.

Hoge Raad kan duidelijkheid geven

Tegen de uitspraak over MF Foundation is geen gewoon cassatieberoep ingesteld. De procureur-generaal onderzoekt daarom of cassatie in het belang der wet moet worden ingesteld. Zo’n procedure is bedoeld om de Hoge Raad een belangrijke rechtsvraag te laten beantwoorden en daarmee duidelijkheid te geven voor toekomstige zaken. Een eventuele uitspraak verandert de uitkomst van de oorspronkelijke zaak voor MF Foundation niet.

De kwestie kan bovendien breder uitpakken dan alleen Curaçaose stichtingen. De procureur-generaal wil ook weten of een herroepingsmogelijkheid zou moeten gelden voor andere soorten rechtspersonen op Curaçao en hoe daarmee moet worden omgegaan in Aruba, Sint Maarten en Caribisch Nederland. Ook ligt de vraag voor welke voorwaarden daarbij zouden moeten gelden.

Voordat wordt besloten of de zaak daadwerkelijk aan de Hoge Raad wordt voorgelegd, kunnen juristen en andere belanghebbenden hun visie geven. Zij hebben daarvoor tot 1 november 2026. Frielink heeft aangekondigd zelf een bijdrage te zullen leveren en daarin te pleiten voor het voorleggen van de rechtsvraag aan de Hoge Raad.


221 keer gelezen

Deel dit artikel: