Frank Martinus Arion haakte af toen Stichting PAR politieke partij werd

WILLEMSTAD – Frank Martinus Arion speelde in 1993 een actieve rol in Stichting PAR, die campagne voerde voor het behoud van de Nederlandse Antillen, maar stapte niet mee over toen de beweging na het referendum een politieke partij werd. Tijdens een beslissende vergadering aan de Gosieweg maakte de schrijver duidelijk dat hij zich bij de stichting had aangesloten vanwege de staatkundige strijd en niet om opnieuw de partijpolitiek in te gaan.
Dat vertelt Bob Harms, die bij die vergadering aanwezig was. Zijn herinneringen vullen een politieke episode aan uit de nieuwe biografie Uit baldadig hout ben ik gesneden van Mineke de Vries, die vandaag in Nederland wordt gepresenteerd.
De Vries beschrijft hoe Arion zich in 1993 aansloot bij de beweging rond oud-premier Miguel Pourier. Volgens de biografie werd hij secretaris van Stichting Pro Antiá Restrukturá. De stichting zette zich in de aanloop naar het referendum van 19 november in voor optie A: behoud van de Nederlandse Antillen, maar in geherstructureerde vorm.
Dat standpunt ging rechtstreeks in tegen de koers die een groot deel van de gevestigde Curaçaose politiek tot dan toe had gevolgd. De Eilandsraad had in 1990 nog uitgesproken dat Curaçao, naar Arubaans voorbeeld, een afzonderlijke status binnen het Koninkrijk moest nastreven. Bij het referendum koos de bevolking anders: 73,6 procent stemde voor behoud van Curaçao binnen de Nederlandse Antillen.
Niet vanzelfsprekend een politieke partij
Na die overwinning kwam binnen Stichting PAR een nieuwe vraag op tafel: moest de beweging die optie A had verdedigd ook zelf de partijpolitiek ingaan?
Volgens Harms was die stap allesbehalve vanzelfsprekend. Op de avond voordat de nieuwe politieke partij formeel bij notaris Palm zou worden bekrachtigd, kwamen de oprichters en betrokkenen bijeen in het toenmalige partijkantoor aan de Gosieweg.
Aanwezig waren volgens hem onder anderen Miguel Pourier, Lucille George-Wout, Frank Martinus Arion, Boeis Haile, Boy Marchena, Edgar Leito, Etienne Ys, Magaly Jacoba, Morris Isenia, Harold Arends, Marco de Castro en Ernst Soleana. Ook Harms zelf zat bij de vergadering.
Iedere aanwezige moest uiteindelijk beslissen of hij of zij meeging van de stichting naar de actieve partijpolitiek.
Marco de Castro besloot daarvan af te zien vanwege zijn nauwe persoonlijke relatie met Don Martina, destijds leider van de MAN. Daarna kwam volgens Harms een verrassender mededeling: ook Arion wilde niet mee.
"Zijn argument was dat dit niet de reden was waarom hij zich bij Stichting PAR had aangesloten in de aanloop naar het referendum", zegt Harms.
Dat onderscheid is belangrijk. Arion keerde zich daarmee niet tegen het doel waarvoor Stichting PAR campagne had gevoerd. Hij maakte duidelijk dat deelname aan die referendumbeweging voor hem niet automatisch betekende dat hij ook lid wilde worden van de politieke partij die daaruit voortkwam.
De Partido Antiá Restrukturá werd vervolgens in december 1993 opgericht. De nieuwe partij zette de campagne voor behoud en herstructurering van de Antillen voort en werd onder leiding van Pourier kort daarna een belangrijke politieke factor.
Arion bleef zich ermee bemoeien
Juist Arions besluit om niet mee te gaan was opvallend, omdat hij zich na het referendum nadrukkelijk bleef uitspreken over de politieke gevolgen van de uitslag.
Twee weken na de stemming uitte hij in de Amigoe scherpe kritiek op de bestaande politiek. Volgens Arion voerden politici het duidelijke mandaat van de bevolking niet uit. Hij vond dat de Curaçaose partijen gezamenlijk een resolutie hadden moeten aannemen om optie A daadwerkelijk uit te voeren.
"Dit is een autoritaire gemeenschap die niet gelooft in democratie", zei hij toen tegen de krant.
Harms herinnert zich dezelfde spanning binnen de referendumcoalitie. Stichting PAR had samen met het in de SSK georganiseerde vakbondswezen en de buitenparlementaire partij Demokrat Outentiko van Agustin Diaz campagne gevoerd voor optie A. Na de overwinning verschilden de deelnemers van mening over de politieke consequenties.
Vooral binnen de vakbeweging en Demokrat Outentiko werd de uitslag volgens Harms niet alleen als een keuze voor de Antillen van vijf gezien, maar ook als een afwijzing van het gevoerde regeringsbeleid. Binnen Stichting PAR bestond daarover minder eensgezindheid.
Daardoor werd de vraag of Stichting PAR zelf een partij moest worden een principiële kwestie. De gezamenlijke strijd voor optie A betekende niet automatisch dat alle betrokkenen ook samen aan verkiezingen wilden deelnemen.
Eerder zelf partij opgericht
Arions weigering betekende evenmin dat hij principieel niets van partijpolitiek wilde weten. Hij had enkele jaren eerder juist zelf geprobeerd de politiek in te gaan.
In 1988 richtte hij Kambio Radikal, KARA, op. De partij probeerde voor de Statenverkiezingen van 1990 een kandidatenlijst te laten bekrachtigen, maar slaagde er niet in voldoende ondersteuningshandtekeningen te verzamelen. Een poging van Arion om zelf via de partijpolitiek veranderingen door te voeren, strandde daarmee al voor de verkiezingen.
In een interview dat begin 1993 in de Amigoe werd aangehaald, keek Arion al kritisch terug op dat avontuur. Hij vertelde dat hij de politiek was ingegaan uit frustratie over tegenwerking van zijn Papiamentstalige school en dat hij vervolgens werd geconfronteerd met een politieke werkelijkheid die heel anders werkte dan hij had verwacht.
Juist daardoor krijgt zijn keuze eind 1993 extra betekenis. Arion wees de partijpolitiek niet af als onbekend terrein: hij had haar al van binnenuit geprobeerd.
De biografie Uit baldadig hout ben ik gesneden verschijnt op vandaag, 18 september bij Van Oorschot. De uitgever beschrijft het boek als een biografie waarin De Vries mede op basis van Arions persoonlijke archief zijn literaire, maatschappelijke en politieke ontwikkeling reconstrueert.





































